Maandelijks archief: april 2011

Gebroeders Gasol zijn grote meneren

Marc treedt in voetsporen van broer Pau in NBA

(Door Edward Swier)
DEN HAAG (GPD) – Samen meten ze, inderdaad maar met zijn tweetjes, 4 meter en 29 centimeter. In thuisland Spanje, waar klein de norm is, steken ze dan ook boven iedereen uit. Maar zelfs in de Amerikaanse profbasketbalcompetitie NBA, de wereld van mastodonten en springveren, behoren de Gasol Brothers tot de grote meneren. LA Lakers-center Pau Gasol heeft al een tweetal kampioensringen en ‘broertje’ Marc maakt, bij de Memphis Grizzlies, inmiddels ook furore.

Beiden staan met hun team op het punt de tweede ronde van de play-offs te halen, voor Pau (30) en de Lakers geen bijzonderheid. In het verwende Californië wordt eigenlijk verwacht dat het team standaard de NBA Finals haalt. Marc (26) daarentegen beleeft wonderlijke weken met de Grizzlies. Sinds de NBA-ploeg in 2001 vanuit Vancouver naar de blueshoofdstad Memphis verhuisde, is het sportief nog nooit zo goed gegaan als deze aprilmaand. Marc Gasol en de zijnen worden mogelijk zelfs verantwoordelijk voor de uitschakeling van de San Antonio Spurs, een van de grote teams in de NBA.
De dag dat kleine broer Marc groot groeide ligt allang achter hem, inmiddels meet hij 2.16 meter. En is Marc drie centimeter langer dan Pau, de oudste van de drie basketballers uit een Spaans artsengezin. Lange tijd wees maar weinig erop dat Marc het tot de NBA zou schoppen. In de Spaanse selectie, die in 2006 wereldkampioen basketbal werd, was hij toen duidelijk nog ‘het kleine broertje van’. Marc zat voornamelijk op de bank. Maar inmiddels wordt hij net zo geroemd als Pau, die onder de borden van grote waarde is voor de Lakers. Waar Pau nog enige finesse in zijn spel legt, moet Marc het primair hebben van zijn fysieke kracht. Kobe Bryant, die in LA met Pau samenspeelt: ,,Marc is heel wat bruter, gooit zich er graag met zijn hele gewicht in.”
Voormalig topcenter Kevin McHale, ook lang, stevig én blank, roemt de vooruitgang van Marc. ,,Toen hij nog bij Barcelona speelde, was hij big. Ik bedoel eigenlijk stevig, dik. Daar heeft hij toch heel wat van af gekregen, hetgeen zijn spel ten goede is gekomen. Die twee hebben trouwens een neusje voor het spel. Ze kunnen meer dan alleen maar knokken onder de basket. Ze lezen het spel. Marc is weliswaar wat lomper, voor lange mannen zijn ze allebei behoorlijk handig.” Kurt Rambis, nog zo’n protype uit de categorie ‘stevig en stiff’: ,,Die twee hebben een extreem hoog basketbal-IQ. Ze zijn niet zelfzuchtig, passen graag en zorgen dat een ander beter gaat spelen. Ze hebben het spelletje door.”
Dat nu juist Marc en niet Pau bij de Grizzlies speelt, is in Tennessee overigens een pikant verhaal. Aanvankelijk basketbalde Pau voor de dolende Grizzlies. Totdat de Lakers zich in 2008 voor hem meldden en als ruil onder meer de schijnbaar waardeloze rechten om Marc aan te trekken weggaven. In Memphis vonden de fans het lang een slechte deal, mede omdat Pau een jaar later de Lakers kampioen maakte, maar inmiddels hebben ze vrede met de entree van de andere Gasol. Marc zelf: ,,De Lakers kregen wat ze wilden en het was voor de Grizzlies de kans om een nieuw team op te gaan bouwen. Op de lange termijn is de deal voor beide clubs goed uitgepakt. Zo zou een zakelijke transactie altijd moeten verlopen.”
Dat hij in de voetsporen van zijn broer moest treden, maakt Marc nog steeds niet zenuwachtig. ,,Ik ben gewend dat ze in Spanje altijd al naar me keken. Het woord druk ken ik niet. Je bent de enige die kan zorgen dat je in de stress raakt. Ik heb de aanmerkingen van Pau op mijn spel ook nooit als kritiek gezien, maar beschouw het als tips. Je kunt alleen maar profiteren van andermans op- en aanmerkingen.”
Waren de cijfers van Pau tot op heden altijd beter, de laatste weken is Marc, in zowel scorend opzicht, schotpercentage als aantal rebounds, duidelijk de beste. ,,Maar”, weet Marc, ,,maak je over Pau maar geen zorgen. Die zal, als de play-offs verder vorderen, ook de grote getallen wel weer halen.”

Voor de GPD-bladen, 28 april 2011

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basketbal

Te gauw tevreden

Rabobank en Vacansoleil accepteren te makkelijk dat ze met lege handen staan

(Door Edward Swier)
DEN HAAG (GPD) – Als het je – een maand lang én vrijwel dagelijks – door de vingers is geglipt, moet de conclusie zijn dat je met lege handen staat. En dat je dat eigenlijk maar niks bevalt. Toch deden Erik Breukink (Rabobank) en Daan Luijckx (Vacansoleil-DCM) dit weekeinde in Luik hun uiterste best om tevredenheid uit te stralen. Het is toch geen schande om meer te willen? En dus zouden beiden zonder probleem kunnen zeggen dat ze niet al te content zijn. Dat laten ze echter liever aan anderen over.

Tuurlijk, Breukink heeft gelijk als hij zegt dat hij vrolijk gestemd is over de prestaties van zijn jongste renners, dat hij de voorbije weken van Tom Leezer, Lars Boom en Sebastian Langeveld heeft genoten, dat hij blij is met de ‘wederopstanding’ van Maarten Tjallingii en Bram Tankink. De ploeg was ook bepaald niet onzichtbaar in de klassiekers, maar had in de finales een prominentere rol moeten spelen. ,,Er valt nog een stapje te maken”, was Breukink toch wel realistisch.
Bovendien, zei hij, 2010 was een stuk slechter. Maar na de opmerkelijk sterke seizoensstart in februari en maart, met twaalf zeges, had Breukink toch ook stiekem meer verwacht van april. ,,Ik zal hier niet zeggen dat het allemaal super gelopen is deze maand. We hadden er dichterbij willen zitten, er zijn en blijven verbeterpunten. Maar ik denk niet dat we met een negatief gevoel op april terug moeten kijken.” Breukink zegt voor volgend jaar weinig tot niets aan zijn ploeg te willen veranderen. Hij geeft zijn huidige keurkorps het vertrouwen, ook voor de lange termijn. Dat is loyaal.
Voor Rabo-kopman Robert Gesink zal het na deze maand nu toch wel duidelijk zijn. Hij is een man voor het klassement, mist de explosiviteit om in klassiekers als de Amstel Goldrace, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik de specialisten te volgen. Dat is geen schande. Wie tot op heden in al zijn etappewedstrijden van 2011 in de topdrie eindigde, kan onmogelijk ontevreden zijn. Gesink dient zich nu reeds te realiseren dat daar zijn toekomst ligt. Verwacht hem zonder voorbehoud op het podium van de Tour, maar vraag hem niet te excelleren in de Waalse klassiekers. Michael Boogerd was er zijn hele carrière ook telkens dichtbij, maar zag de frustraties jaarlijks toenemen. Gesink moet dat niet laten gebeuren, kan zijn energie beter gebruiken voor een eerlijkere tweestrijd met Andy Schleck in de Tour.
Vacansoleil-manager Daan Luijckx wil, gelijk collega Breukink, evenmin sippen. Noemt zijn ploeg ,,een constante factor.” Dat klopt ook wel, vrijwel overal zat er een Vacansoleil-coureur in de toptien. Maar zo opzienbarend als in 2010 was de formatie allerminst. Dat de ploeg na de promotie naar de WorldTour een compleet programma op het hoogste niveau moet rijden, lijkt een zware wissel te trekken. Wout Poels en Johnny Hoogerland stonden in de schaduw van Björn Leukemans, die in alle klassiekers goed mee kon. Stijn Devolder viel tegen. ,,Hij heeft tot nu toe niet gebracht wat we gehoopt hadden. Maar hij gaat boven water komen”, heet het in de woorden van de manager, die inmiddels al enkele conclusies getrokken. Voor volgend jaar is hij nu al op zoek naar een koerskapitein; een man die de rest kan sturen. Te vaak ontbrak het dit voorjaar aan overleg, speelden zenuwen de ploeg parten. Dat Luijckx tot die constatering komt, geeft aan hoe hij daadwerkelijk over de aprilmaand denkt.
Eén troost voor de Nederlandse wielerformaties: doordat Philippe Gilbert de laatste twee weken praktisch alles won, hebben meer ploegen ernaast gegrepen. De Belg gaf, zoals Luijckx het omschreef, ,,fietsles.” In de Brabantse Pijl, Amstel Goldrace, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, een uniek rijtje. Het is ongedacht in deze periode. Niemand kon bevroeden dat de wielersport ooit nog eens een overheerser à la Merckx zou kennen. En, het peloton is gewaarschuwd. Want Gilbert wil zich volgend jaar ook op Vlaanderen én later zelf ook nog weleens op Parijs-Roubaix richten.
Ook in die twee koersen was er trouwens één man de sterkste. Fabian Cancellara had de beste benen én de ervaring. Maar de Zwitser kreeg het niet voor elkaar te excelleren in de kasseienklassiekers. Zichtbaar de beste kon Cancellara het koersverloop onvoldoende beïnvloeden. Nick Nuyens en Johan Vansummeren profiteerden, zetten de toon voor een prachtige Belgische oogstmaand.

Voor de GPD-bladen, 26 april 2011

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen

Belgische lente zonniger dan ooit

Het kwam begin jaren zeventig, in de beste dagen van Eddy Merckx, nog weleens voor, maar toen was de internationale concurrentie zoveel beperkter. Dit jaar is het zowaar weer mogelijk dat alle belangrijke klassiekers in de aprilmaand door een Belg worden gewonnen. Na de knap uitgekiende winst van Nick Nuyens in de Ronde van Vlaanderen, de verrassende, maar daarom niet minder verdiende zegetocht van Johan van Summeren in Parijs-Roubaix en het extreme machtsvertoon van Philippe Gilbert in de Amstel Gold Race is laatstgenoemde ook zondag in het vierde bedrijf, Luik-Bastenaken-Luik, de beoogde hoofdrolspeler.

(Door Edward Swier)
HOEI/LUIK (GPD) – ,,Waar moet dit eindigen?” Rik Verbrugghe heft de handen ten hemel. ,,Als ‘we’ nu ook al de Waalse Pijl winnen… Het moet niet gekker worden.” De voormalig winnaar, in 2001 als eerste bovenop de Muur van Hoei, lacht erbij op deze toch al zo zonnige woensdagmiddag. Maar toch, de licht schertsende opmerking van de Waal roept serieuze vragen op. Want inderdaad: waar eindigt het? En is er een reden te geven voor het overschot aan Belgisch succes in de traditioneel zo belangrijke aprilmaand?
Spreek tegenover Verbrugghe je – vanuit Nederlandse jaloezie ingegeven – verbazing uit dat er weer een Belg wint en hij corrigeert dat. ,,Een Waal hè. Philippe is een Waal.” Hij lacht erbij. Zelf is Verbrugghe er ook één. In 2001 was het een heel item, dat een Waal weer eens een koers won. Gilbert is van huis-uit ook Franstalig. Maar spreekt dusdanig goed Nederlands dat hij door heel wielerminnend België is geadopteerd. Vlamingen en Walen houden van Philippe, al zijn de Franstalige aanmoedigingen op de Muur van Hoei woensdag nog net iets luider hoorbaar. Zondag is hij de hoop van de hele natie. De hoop voor het binnenhalen van een uniek Groot Slem.
Duidelijk is wel dat deze aprilmaand, de feestmaand voor de Belgische liefhebber, meer dan ooit verbroedert. Tuurlijk, in de Ronde van Vlaanderen is het vooral de Vlaamse leeuw die wappert, en in Wallonië duikt deze week de haan overal op, maar de scherpe randjes in de supportersoorlogen zijn eraf. Succes smaakt zoet, maakt dat er niet veel meer op de ander af te geven valt.
Ieder krijgt dit jaar ook zijn deel van de koek. Wordt er in de politiek nog steeds volop gedraald met de vorming van een fatsoenlijke regering, de fans hebben de handen inéén geslagen. Ze vieren het succes nog uitbundiger dan anders, zonder overigens de realiteit uit het oog te verliezen.
Carl Berteele, VRT-verslaggever op de motor: ,,De stemming is in België niet euforisch, er is ook het besef dat je, bij wijze van spreken, niet altijd ongeluk kunt hebben. Het huwelijksaanzoek van Van Summeren aan zijn lief heeft hier meer aandacht gehad in de kranten, dan zijn overwinning zelf. Omdat we ook niet precies weten zijn zege op waarde te schatten.”
Adrie van Diemen, als inspanningsfysioloog verbonden aan Van Summerens Garmin-formatie, ziet het meer als een toevalligheid dat de Belgen ‘alles’ winnen. In de jaren zeventig was dat wel anders. ,,Er zijn nu 30 serieuze ploegen, meestal een mix van allerlei nationaliteiten. En 25 procent van de werknemers van die ploegen verkast jaarlijks. Dat zorgt voor een enorme kennisoverdracht. Heb je een bepaalde voorsprong, dan is die een jaar later alweer teniet gedaan.”
Marc Sergeant, ploegmanager bij OmegaPharma-Lotto, wil ook niet spreken van een Belgische suprematie. Oké, zijn oogappel Gilbert is extreem sterk, en in een week tijd tot drie keer toe al oppermachtig, maar in Vlaanderen en Parijs-Roubaix had het voor Nuyens en Van Summeren net zo goed anders kunnen aflopen. Want daar was Cancellara de sterkste, hetgeen anderen dwong de tactiek aan te passen. ,,En, da’s misschien leuk voor jullie Nederlanders, het had ook maar zo kunnen zijn dat Tjallingii in de Hel had gewonnen.”
Heeft Sergeant geen zin om een verklaring te zoeken (,,Omdat het, net als met de economie toch altijd op en af gaat”), Berteele heeft er wel één voorhanden. Hij deelt die met zijn Sporza-collega, en voormalig bondscoach José de Cauwer. ,,We hebben het er laatst samen nog uitgebreid over gehad. Ik denk dat wij weer met dezelfde wapens als de buitenlanders strijden. Het is mij allemaal net iets te toevallig. De Belgen zijn al die jaren blijven trainen, zich blijven verzorgen, hebben serieus het parcours verkend. Maar zijn bovenal nu van hetzelfde niveau, rijden niet meer tegen renners die plots een enorme piek kennen.”
Berteele kan het, met een blik op de kilometerteller van zijn motor, onderbouwen. ,,In Vlaanderen kropen we in het spoor van de kopgroep naar boven. Eenmaal boven zag ik twaalf lijken in de ogen. Ik wist meteen dat iedereen weer van gelijk niveau was, zuiver. De Belgen komen dan, dankzij hun koersinzicht, bovendrijven.”
Of de theorie klopt, zullen medische rapporten van over tien jaar allicht kunnen bewijzen, feit is dat de reeks opmerkelijk is. Want de ongekende reeks successen van Nuyens, Van Summeren en Gilbert staat niet op zich. Voeg er nog de zeges van Gilbert (Dwars door Vlaanderen), Gianni Meersman (Circuit des Ardennes), Bert Scheirlinckx (GP Pino Cerami) en woensdag dus opnieuw Gilbert in de Waalse Pijl aan toe, en het is duidelijk: de lente is in België deze aprilmaand zonniger dan ooit. Eind maart diende het mooie weer zich overigens al aan. Toen wonnen Tom Boonen (Gent-Wevelgem) en Sébastien Rosseler (Driedaagse van De Panne) en Nuyens (Dwars door Vlaanderen) immers al.
Het zijn dus niet louter de kopmannen en mega-sterren die winnen, het lijstje geeft een prachtige dwarsdoorsnede van het Belgische wielerlandschap. Dat kent û bewijst ook de CQ-ranking – een brede basis. Bij de eerste duizend wielrenners staan liefst 96 Belgen, tegenover 55 Nederlanders. Moet het sinds een tiental jaren in Nederland, en lang niet tot ieders tevredenheid, van de Rabobank-opleiding komen, in België is er û via onder meer de Wielerscholen – een veel constantere stroom van talent dat zijn plekje in het peloton vindt. OmegaPharma-Lotto en Quick Step kiezen de meest veelbelovende coureurs op, maar meer en meer zijn ook de ploegen van Landbouwkrediet en Topsport Vlaanderen kweekvijvers voor talent, terwijl daaronder voor een ‘hongerloon’ ook nog werkgelegenheid te vinden is via ploegen als Verandas Willems en Donckers Koffie.
Sergeant en zijn Quick Step-collega Wilfried Peeters roemen het werk van de kleinere teams. ,,Die opleiding is heel belangrijk. Het maakt dat ook mannen uit de tweede lijn leren te presteren.” Berteele: ,,En, dat ze kansen krijgen. Kansen om te leren. Kansen krijgen, zelfs om te mogen falen.” Tot er een dag komt dat alles zich, zoals voor Van Summeren, uitbetaalt.
Allen benadrukken overigens dat het over een week weleens over kan zijn. Want in het rondewerk zijn de Nederlanders, met kanshebbers als Robert Gesink en talenten als Bauke Mollema, Wout Poels en Steven Kruijswijk beter bedeeld. Sergeant: ,,Voor de Tour zetten we in België alles op Jurgen van den Broeck. Maar laat duidelijk zijn, ik verwacht niet van hem dat hij om het podium meedoet. Van een zesde, zevende plaats zullen wij niet ontgoocheld zijn.” En dat terwijl in de Nederlandse tourpolls Robert Gesink toch een podiumplaats wordt toegedicht.

Voor de GPD-bladen, 22 april 2011

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen