Heeft de jeugd een toekomst op de baan?

Zesdaagse-organisator op zoek naar charismatische liefhebbers

(Door Edward Swier)
AMSTERDAM (GPD) – Van de 28 renners die afgelopen week in Amsterdam hun rondjes draaiden, hadden er liefst negentien de Nederlandse nationaliteit. ,,Het was een samenloop van omstandigheden, maar dat zijn er teveel”, erkent Zesdaagse-organisator Frank Boelé. Diverse buitenlanders zegden af, maar bovenal vond Boelé het hoog tijd om te werken aan de vaderlandse toekomst.
Het Nederlandse koppel Danny Stam-Leon van Bon werd tweede in Amsterdam, achter de ongenaakbare Duitsers Robert Bartko en Roger Kluge en voor de Zwitsers-Nederlandse tandem Franco Marvulli-Niki Terpstra. Stam-Van Bon is zonder twijfel het sterkste Nederlandse koppel. Maar beiden zijn al wel 38 jaar. ,,En we zijn op zoek naar nieuw bloed.”
Met onder anderen Pim Ligthart (22), Jeff Vermeulen (22), Raymond Kreder (20), Yoeri Havik (19) en Nick Stöpler (ook 19) gaf Boelé een handvol jonkies een kans. Het kwintet viel niet uit de toon, maar moet nog wel een en ander leren. ,,Misschien moeten wij wel zorgen voor wat coaching.” Boelé is namelijk niet op zoek naar meerijders, coureurs die alleen maar hard kunnen trappen. ,,Het hoeven geen circusartiesten te zijn. Maar we hebben wel renners nodig die wat flitsends in huis hebben. Die in stijl kunnen demarreren, die charisma hebben en wat teweeg brengen bij het publiek.”
Havik en Ligthart hebben ongetwijfeld het meeste talent, maar beiden ambiëren een carrière op de weg. Ligthart wacht af of zijn stagecontract bij Vacansoleil wordt omgezet in een echte verbintenis. Havik rijdt nog bij de amateurs, maar wil ook dolgraag wegprof worden. Ligthart: ,,Ik vind dit spelletje, het gekrioel op de baan, het leukste. Maar ik moet ook realistisch zijn, misschien kan ik op de weg meer bereiken. Mijn toekomst ligt niet op de baan. De kans om ooit goud te winnen op de Spelen is me, met het schrappen van de koppelkoers, ontnomen. Dat gaf me het laatste duwtje om voor de weg te kiezen.”
Boelé snapt hun afwegingen. ,,Maar als ik een jonge coureur was, zou ik voorlopig op twee paarden wedden en in de winter ook een paar zesdaagsen rijden. De keuze kan je tot je 25ste uitstellen. Ben je dan niet op de weg doorgebroken, dan kan een carrière als zesdaagserenner een meer dan mooi alternatief zijn.” Ligthart volgt het idee van Boelé. ,,Ik neem voorlopig een voorbeeld aan jongens als Niki Terpstra, Jens Mouris en tot voor kort Erik Zabel. Twee, drie zesdaagsen per winter, dat is mooi.”
Boelé denkt dat er, ook al zijn er recent een paar zesdaagsen verdwenen, nog altijd een goede boterham is te verdienen in de wintermaanden. ,,Dat heeft het koppel Slippens-Stam wel bewezen. Zij hebben bovenmodaal verdiend, er waren in hun beste dagen niet tien wegprofs die hetzelfde salaris hadden als zij. Wie bereid is voor de zesdaagse te kiezen, wordt daar voor beloond.”
De Belg Patrick Sercu, gewezen wereldtopper en al enkele decennia wedstrijdleider, beseft echter dat het moeilijk opboksen is tegen het grote geld van enkele wegploegen. ,,Ik verdiende op de baan veel meer dan op de weg. Maar omdat de televisie voor het wegwielrennen heeft gekozen, is het hek daar van de dam. De Belgische belofte Sep Vanmarcke reed bij de ploeg van Topsport Vlaanderen, maar stapt nu – voor het tienvoudige salaris – over naar Garmin-Cervélo. Daar kunnen wij het niet van winnen.”

Voor de GPD-bladen, 24 oktober 2010

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Baanwielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s