Stijl én karakter

Peter Post (77) was veeleisend voor zichzelf en, vooral, anderen

(Door Edward Swier)
DEN HAAG (GPD) – Er is een prachtige foto van een gepensioneerde Peter Post. Met een biefstuk. Het rode vlees op de prent van Michael Klinkhamer mag dan magistraal glanzen, de mondaine slagerszoon zelf staat zo mogelijk nog stralender op de foto. Post was een mooie man, stijlvol. Lang, immer goed gekleed, altijd – ook als het lichaam zoals in zijn laatste jaren pijn deed – rechtop lopend. Vaak met een ietwat opvallende zonnebril. En, natuurlijk, het haar altijd goed gecoiffeerd. Veeleisend, voor zichzelf. En, vooral, veeleisend voor anderen. Post, gisteren op 77-jarige leeftijd overleden, veranderde het gezicht van de wielersport. Dankzij zijn gevoel voor stijl, maar vooral dankzij zijn karakter.

Peter Post was, zo valt ook zonder schroom op te maken uit de reacties na zijn dood, een harde. Om zijn doelen te bereiken ging Post als wielrenner al, maar toch vooral als ploegleider, door roeien en ruiten. Het kostte hem vriendschappen, zijn populariteit was – voor een man van zijn statuur – eigenlijk nooit echt groot. En, toch zijn er bij zijn overlijden slechts weinigen die in wrok omkijken. Dat is logisch. Want Post bracht, door zijn vaak keiharde aanpak, vooral veel goeds. Sportieve successen en financieel fortuin gingen, als Post erbij betrokken was, vaak hand in hand. Ti-Raleigh en Panasonic werden een begrip. Dankzij de renners, dankzij Post.
Ietwat toevallig was hij wielrenner geworden. Post, zoon van een slager, ontdekte dat hij met zijn gedisciplineerde leefwijze én ijzeren gestel anderen sportief pijn kon doen. Het fietsen gaf hem de kans geld te verdienen, op de baan zelfs goed geld. Post leerde het vak van Gerrit Schulte, een man die ook al zo exact wist wat de waarde van de gulden was. Dat hij in 1964 Parijs-Roubaix won, zag Post dan ook niet zozeer als zijn doorbraak op de weg, maar vooral als een welkome doorbraak om zijn salaris voor de Zesdaagsen op te krikken. Al met al won Post er 65 op de piste.
In 1972, hij had ternauwernood een infectie na een zitvlakoperatie (in 1970) en een val in de Zesdaagse van Rotterdam overleefd, maakte Post zijn bekendheid te gelde in de horeca. Zijn kippenrestaurant annex bowlingbaan ging echter in vlammen op. Het dreef Post terug naar de wielersport. De Keizer van de Zesdaagse kroop achter het stuur van een ploegleidersauto, stelde met Ti-Raleigh een team samen naar zijn uitzonderlijke ideeën. Hij deed graag zaken met de in het wielrennen onbekende Engelsen van Ti-Raleigh, genoot later van zijn onderhandelingen met de steriele, maar o zo zakelijke Japanners van Panasonic.
Zo hard hij voor zichzelf was geweest, zo hard was hij voor zijn renners, die luisterden naar illustere namen: Jan Raas, Henk Lubberding, Johan van der Velde, Gerrie Knetemann, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk. ‘Rijen motten ze, rijen’, was een gevleugelde uitspraak van de Amstelvener. Nooit gunde hij zijn coureurs tijd om achterover te leunen. ‘Morgen moet er weer gewonnen worden’, klonk het steevast.
Waren de meeste wielerploegen in die tijd als met touwtjes aan elkaar geknoopt, bij Post waren efficiency, orde, professionaliteit en stijl vanzelfsprekend. Discipline schreef Post met louter hoofdletters. De organisatie was tot in de puntjes geregeld, binnen én buiten de koers. Het totaalwielrennen werd dankzij Post geboren. De ene dag kopman, de volgende helper. En andersom. Alles voor het succes van de ploeg. Op straffe van een flinke uitbrander. Want, het veeleisende karakter van Post leidde wel tot menig conflict, waarvan de breuk met Jan Raas de meeste aandacht trok. Raas begon een eigen ploeg en had voor altijd afgedaan bij Post, voor wie rancune de jaren nadien een belangrijke drijfveer bleek.
Halverwege de jaren negentig kon Post niet voldoende geld vinden voor een nieuwe ploeg. De moderne tijd had renners bovendien mondiger gemaakt, Post’ stijl van coaching begon zijn uitwerking te missen. Zo nu en dan trad hij nog op als adviseur, zoals bij de ploegen van Farm Frites en Rabobank, maar vooral koos Post de luwte. Hij fietste veel, om het lichaam zo strak mogelijk te houden. Thuis, in Amstelveen, keek hij vanaf de immense witleren bank nog iedere koers. Hij genoot van Italiaanse wielrenners, omdat die wisten wat soigneren was. Maar, té mooi moest het ook weer niet zijn. Want de essentie van het wielrennen was wat Post toch vooral: keihard trappen.

 Voor de GPD-bladen, 14 januari 2011

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s