Belgische lente zonniger dan ooit

Het kwam begin jaren zeventig, in de beste dagen van Eddy Merckx, nog weleens voor, maar toen was de internationale concurrentie zoveel beperkter. Dit jaar is het zowaar weer mogelijk dat alle belangrijke klassiekers in de aprilmaand door een Belg worden gewonnen. Na de knap uitgekiende winst van Nick Nuyens in de Ronde van Vlaanderen, de verrassende, maar daarom niet minder verdiende zegetocht van Johan van Summeren in Parijs-Roubaix en het extreme machtsvertoon van Philippe Gilbert in de Amstel Gold Race is laatstgenoemde ook zondag in het vierde bedrijf, Luik-Bastenaken-Luik, de beoogde hoofdrolspeler.

(Door Edward Swier)
HOEI/LUIK (GPD) – ,,Waar moet dit eindigen?” Rik Verbrugghe heft de handen ten hemel. ,,Als ‘we’ nu ook al de Waalse Pijl winnen… Het moet niet gekker worden.” De voormalig winnaar, in 2001 als eerste bovenop de Muur van Hoei, lacht erbij op deze toch al zo zonnige woensdagmiddag. Maar toch, de licht schertsende opmerking van de Waal roept serieuze vragen op. Want inderdaad: waar eindigt het? En is er een reden te geven voor het overschot aan Belgisch succes in de traditioneel zo belangrijke aprilmaand?
Spreek tegenover Verbrugghe je – vanuit Nederlandse jaloezie ingegeven – verbazing uit dat er weer een Belg wint en hij corrigeert dat. ,,Een Waal hè. Philippe is een Waal.” Hij lacht erbij. Zelf is Verbrugghe er ook één. In 2001 was het een heel item, dat een Waal weer eens een koers won. Gilbert is van huis-uit ook Franstalig. Maar spreekt dusdanig goed Nederlands dat hij door heel wielerminnend België is geadopteerd. Vlamingen en Walen houden van Philippe, al zijn de Franstalige aanmoedigingen op de Muur van Hoei woensdag nog net iets luider hoorbaar. Zondag is hij de hoop van de hele natie. De hoop voor het binnenhalen van een uniek Groot Slem.
Duidelijk is wel dat deze aprilmaand, de feestmaand voor de Belgische liefhebber, meer dan ooit verbroedert. Tuurlijk, in de Ronde van Vlaanderen is het vooral de Vlaamse leeuw die wappert, en in Wallonië duikt deze week de haan overal op, maar de scherpe randjes in de supportersoorlogen zijn eraf. Succes smaakt zoet, maakt dat er niet veel meer op de ander af te geven valt.
Ieder krijgt dit jaar ook zijn deel van de koek. Wordt er in de politiek nog steeds volop gedraald met de vorming van een fatsoenlijke regering, de fans hebben de handen inéén geslagen. Ze vieren het succes nog uitbundiger dan anders, zonder overigens de realiteit uit het oog te verliezen.
Carl Berteele, VRT-verslaggever op de motor: ,,De stemming is in België niet euforisch, er is ook het besef dat je, bij wijze van spreken, niet altijd ongeluk kunt hebben. Het huwelijksaanzoek van Van Summeren aan zijn lief heeft hier meer aandacht gehad in de kranten, dan zijn overwinning zelf. Omdat we ook niet precies weten zijn zege op waarde te schatten.”
Adrie van Diemen, als inspanningsfysioloog verbonden aan Van Summerens Garmin-formatie, ziet het meer als een toevalligheid dat de Belgen ‘alles’ winnen. In de jaren zeventig was dat wel anders. ,,Er zijn nu 30 serieuze ploegen, meestal een mix van allerlei nationaliteiten. En 25 procent van de werknemers van die ploegen verkast jaarlijks. Dat zorgt voor een enorme kennisoverdracht. Heb je een bepaalde voorsprong, dan is die een jaar later alweer teniet gedaan.”
Marc Sergeant, ploegmanager bij OmegaPharma-Lotto, wil ook niet spreken van een Belgische suprematie. Oké, zijn oogappel Gilbert is extreem sterk, en in een week tijd tot drie keer toe al oppermachtig, maar in Vlaanderen en Parijs-Roubaix had het voor Nuyens en Van Summeren net zo goed anders kunnen aflopen. Want daar was Cancellara de sterkste, hetgeen anderen dwong de tactiek aan te passen. ,,En, da’s misschien leuk voor jullie Nederlanders, het had ook maar zo kunnen zijn dat Tjallingii in de Hel had gewonnen.”
Heeft Sergeant geen zin om een verklaring te zoeken (,,Omdat het, net als met de economie toch altijd op en af gaat”), Berteele heeft er wel één voorhanden. Hij deelt die met zijn Sporza-collega, en voormalig bondscoach José de Cauwer. ,,We hebben het er laatst samen nog uitgebreid over gehad. Ik denk dat wij weer met dezelfde wapens als de buitenlanders strijden. Het is mij allemaal net iets te toevallig. De Belgen zijn al die jaren blijven trainen, zich blijven verzorgen, hebben serieus het parcours verkend. Maar zijn bovenal nu van hetzelfde niveau, rijden niet meer tegen renners die plots een enorme piek kennen.”
Berteele kan het, met een blik op de kilometerteller van zijn motor, onderbouwen. ,,In Vlaanderen kropen we in het spoor van de kopgroep naar boven. Eenmaal boven zag ik twaalf lijken in de ogen. Ik wist meteen dat iedereen weer van gelijk niveau was, zuiver. De Belgen komen dan, dankzij hun koersinzicht, bovendrijven.”
Of de theorie klopt, zullen medische rapporten van over tien jaar allicht kunnen bewijzen, feit is dat de reeks opmerkelijk is. Want de ongekende reeks successen van Nuyens, Van Summeren en Gilbert staat niet op zich. Voeg er nog de zeges van Gilbert (Dwars door Vlaanderen), Gianni Meersman (Circuit des Ardennes), Bert Scheirlinckx (GP Pino Cerami) en woensdag dus opnieuw Gilbert in de Waalse Pijl aan toe, en het is duidelijk: de lente is in België deze aprilmaand zonniger dan ooit. Eind maart diende het mooie weer zich overigens al aan. Toen wonnen Tom Boonen (Gent-Wevelgem) en Sébastien Rosseler (Driedaagse van De Panne) en Nuyens (Dwars door Vlaanderen) immers al.
Het zijn dus niet louter de kopmannen en mega-sterren die winnen, het lijstje geeft een prachtige dwarsdoorsnede van het Belgische wielerlandschap. Dat kent û bewijst ook de CQ-ranking – een brede basis. Bij de eerste duizend wielrenners staan liefst 96 Belgen, tegenover 55 Nederlanders. Moet het sinds een tiental jaren in Nederland, en lang niet tot ieders tevredenheid, van de Rabobank-opleiding komen, in België is er û via onder meer de Wielerscholen – een veel constantere stroom van talent dat zijn plekje in het peloton vindt. OmegaPharma-Lotto en Quick Step kiezen de meest veelbelovende coureurs op, maar meer en meer zijn ook de ploegen van Landbouwkrediet en Topsport Vlaanderen kweekvijvers voor talent, terwijl daaronder voor een ‘hongerloon’ ook nog werkgelegenheid te vinden is via ploegen als Verandas Willems en Donckers Koffie.
Sergeant en zijn Quick Step-collega Wilfried Peeters roemen het werk van de kleinere teams. ,,Die opleiding is heel belangrijk. Het maakt dat ook mannen uit de tweede lijn leren te presteren.” Berteele: ,,En, dat ze kansen krijgen. Kansen om te leren. Kansen krijgen, zelfs om te mogen falen.” Tot er een dag komt dat alles zich, zoals voor Van Summeren, uitbetaalt.
Allen benadrukken overigens dat het over een week weleens over kan zijn. Want in het rondewerk zijn de Nederlanders, met kanshebbers als Robert Gesink en talenten als Bauke Mollema, Wout Poels en Steven Kruijswijk beter bedeeld. Sergeant: ,,Voor de Tour zetten we in België alles op Jurgen van den Broeck. Maar laat duidelijk zijn, ik verwacht niet van hem dat hij om het podium meedoet. Van een zesde, zevende plaats zullen wij niet ontgoocheld zijn.” En dat terwijl in de Nederlandse tourpolls Robert Gesink toch een podiumplaats wordt toegedicht.

Voor de GPD-bladen, 22 april 2011

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s