Te gauw tevreden

Rabobank en Vacansoleil accepteren te makkelijk dat ze met lege handen staan

(Door Edward Swier)
DEN HAAG (GPD) – Als het je – een maand lang én vrijwel dagelijks – door de vingers is geglipt, moet de conclusie zijn dat je met lege handen staat. En dat je dat eigenlijk maar niks bevalt. Toch deden Erik Breukink (Rabobank) en Daan Luijckx (Vacansoleil-DCM) dit weekeinde in Luik hun uiterste best om tevredenheid uit te stralen. Het is toch geen schande om meer te willen? En dus zouden beiden zonder probleem kunnen zeggen dat ze niet al te content zijn. Dat laten ze echter liever aan anderen over.

Tuurlijk, Breukink heeft gelijk als hij zegt dat hij vrolijk gestemd is over de prestaties van zijn jongste renners, dat hij de voorbije weken van Tom Leezer, Lars Boom en Sebastian Langeveld heeft genoten, dat hij blij is met de ‘wederopstanding’ van Maarten Tjallingii en Bram Tankink. De ploeg was ook bepaald niet onzichtbaar in de klassiekers, maar had in de finales een prominentere rol moeten spelen. ,,Er valt nog een stapje te maken”, was Breukink toch wel realistisch.
Bovendien, zei hij, 2010 was een stuk slechter. Maar na de opmerkelijk sterke seizoensstart in februari en maart, met twaalf zeges, had Breukink toch ook stiekem meer verwacht van april. ,,Ik zal hier niet zeggen dat het allemaal super gelopen is deze maand. We hadden er dichterbij willen zitten, er zijn en blijven verbeterpunten. Maar ik denk niet dat we met een negatief gevoel op april terug moeten kijken.” Breukink zegt voor volgend jaar weinig tot niets aan zijn ploeg te willen veranderen. Hij geeft zijn huidige keurkorps het vertrouwen, ook voor de lange termijn. Dat is loyaal.
Voor Rabo-kopman Robert Gesink zal het na deze maand nu toch wel duidelijk zijn. Hij is een man voor het klassement, mist de explosiviteit om in klassiekers als de Amstel Goldrace, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik de specialisten te volgen. Dat is geen schande. Wie tot op heden in al zijn etappewedstrijden van 2011 in de topdrie eindigde, kan onmogelijk ontevreden zijn. Gesink dient zich nu reeds te realiseren dat daar zijn toekomst ligt. Verwacht hem zonder voorbehoud op het podium van de Tour, maar vraag hem niet te excelleren in de Waalse klassiekers. Michael Boogerd was er zijn hele carrière ook telkens dichtbij, maar zag de frustraties jaarlijks toenemen. Gesink moet dat niet laten gebeuren, kan zijn energie beter gebruiken voor een eerlijkere tweestrijd met Andy Schleck in de Tour.
Vacansoleil-manager Daan Luijckx wil, gelijk collega Breukink, evenmin sippen. Noemt zijn ploeg ,,een constante factor.” Dat klopt ook wel, vrijwel overal zat er een Vacansoleil-coureur in de toptien. Maar zo opzienbarend als in 2010 was de formatie allerminst. Dat de ploeg na de promotie naar de WorldTour een compleet programma op het hoogste niveau moet rijden, lijkt een zware wissel te trekken. Wout Poels en Johnny Hoogerland stonden in de schaduw van Björn Leukemans, die in alle klassiekers goed mee kon. Stijn Devolder viel tegen. ,,Hij heeft tot nu toe niet gebracht wat we gehoopt hadden. Maar hij gaat boven water komen”, heet het in de woorden van de manager, die inmiddels al enkele conclusies getrokken. Voor volgend jaar is hij nu al op zoek naar een koerskapitein; een man die de rest kan sturen. Te vaak ontbrak het dit voorjaar aan overleg, speelden zenuwen de ploeg parten. Dat Luijckx tot die constatering komt, geeft aan hoe hij daadwerkelijk over de aprilmaand denkt.
Eén troost voor de Nederlandse wielerformaties: doordat Philippe Gilbert de laatste twee weken praktisch alles won, hebben meer ploegen ernaast gegrepen. De Belg gaf, zoals Luijckx het omschreef, ,,fietsles.” In de Brabantse Pijl, Amstel Goldrace, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, een uniek rijtje. Het is ongedacht in deze periode. Niemand kon bevroeden dat de wielersport ooit nog eens een overheerser à la Merckx zou kennen. En, het peloton is gewaarschuwd. Want Gilbert wil zich volgend jaar ook op Vlaanderen én later zelf ook nog weleens op Parijs-Roubaix richten.
Ook in die twee koersen was er trouwens één man de sterkste. Fabian Cancellara had de beste benen én de ervaring. Maar de Zwitser kreeg het niet voor elkaar te excelleren in de kasseienklassiekers. Zichtbaar de beste kon Cancellara het koersverloop onvoldoende beïnvloeden. Nick Nuyens en Johan Vansummeren profiteerden, zetten de toon voor een prachtige Belgische oogstmaand.

Voor de GPD-bladen, 26 april 2011

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s