Maandelijks archief: maart 2012

Welkom in Lob Angeles!

Chris Paul en Blake Griffin geven Clippers-fan weer wat eigenwaarde

Ze steggelden enkele maanden met hun bazen over salarissen, premies en de verdeling van inkomsten, maar met kerst gaat dan toch eindelijk de Amerikaanse profbasketbalcompetitie NBA van start. Met een verrassing. De LA Clippers, jarenlang het lachertje, moeten vanaf nu serieus worden genomen. Los Angeles wordt Lob Angeles, dankzij Chris Paul en Blake Griffin.

(Door Edward Swier)
DEN HAAG/LOS ANGELES (GPD) – Het gerucht ging al jaren dat de club amper echte fans had. Wie vindt het immers leuk zich zo te laten vernederen? Als het Staples Center zich voor wedstrijden van de Clippers redelijk vulde, kwam dat omdat er een aansprekende tegenstander op bezoek was. Of omdat de kaartjes voor de LA Lakers, de andere bespeler van de immense hal in Downtown Los Angeles, weer eens uitverkocht waren.
Wie zou ook fan van de Clippers willen zijn? Het was jarenlang je reinste zelfkastijding. Tuurlijk, je kunt je af willen zetten tegen de glitter en glamour die er rond het sterrengezelschap van de Lakers hangt, maar dan nog is het niet uit vrije wil als je voor de Clippers kiest. Het clublogo is van een ongelofelijke oubolligheid, het witte thuisshirt te smetteloos en smakeloos.

Bovendien was het ook basketbaltechnisch weinig verheffend wat de Clippers je voorschotelden.  In de afgelopen negentien seizoenen werd slechts één keer meer dan de helft van de wedstrijden gewonnen. Dertien van de veertien afgelopen jaren werden de play-offs niet gehaald. Nog nooit stond het team, dat in 1970 opgericht werd (als de Buffalo Braves overigens), in de NBA-finale. De vereniging staat de boek als één van de minst succesvolle in de Amerikaanse profsporten honkbal, basketbal, american football en ijshockey samen.

Het zijn cijfers om van te gruwen.

Zoals het basketbal van de Clippers vaak ook om van te gruwen was. Met de komst van Blake Griffin veranderde dat vorig jaar echter drastisch. Een jaar eerder al aangetrokken moest het publiek door een knieblessure van de grote belofte lang op spektakel wachten. Maar zijn entree mocht er, nu iets meer dan twaalf maanden terug, zijn. Zijn allereerste score was een spetterende dunk en hij lijkt daarmee nooit meer opgehouden. Griffin werd niet alleen ‘rookie of the year’, de beste jongere, hij is bovendien een kijkcijferkanon. Een filmpje met zijn beste dunks uit november 2010 werd bijvoorbeeld op internet al bijna 4 miljoen keer bekeken.

Met het aantrekken van Chris Paul zal het kijkgenot voor die zo getergde Clippers-fan alleen nog maar stijgen. De point guard, zeg maar de spelverdeler, staat al jaren bekend als de beste balopbrenger van de NBA. Bij de New Orleans Hornets zat hij echter op dood spoor. NBA-baas David Stern ruilde hem uiteindelijk voor een viertal spelers. Aan de westkust gaat Paul een slordige 16 miljoen dollar verdienen.

Maar daar heb je dan ook wat voor. Behalve dat Paul zelf altijd een aanzienlijk aandeel in de score heeft, van gemiddeld 20 punten, laat hij vooral anderen beter spelen. Jongeling DeAndre Jordan en veteraan Chauncey Billups (overgekomen van de NY Knicks) zullen van zijn aanwezigheid profiteren. De altijd al vrolijk ogende Griffin vernam het nieuws over Pauls transfer met een grote grijns op zijn gezicht. Griffin verwacht de bal geregeld, hoog in de lucht, op een presenteerblaadje te krijgen, voor een zogeheten alley-oop. ,,Het wordt hier Lob City”, verwees Griffin naar zijn geliefde boogballetjes. Los Angeles wordt, als het aan de Clippers ligt, Lob Angeles.
De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Afgelopen maandag speelden de Clippers een oefenwedstrijd tegen de grote broer, die tot op heden alles beter wist en alles beter kon. Het was weliswaar een oefenpotje, maar de 114-95-zege van de Clippers op de Lakers mocht er niettemin zijn. Bill Dwyre van de LA Times had het gezien. ,,Voorheen was een wedstrijd tussen de Lakers en Clippers altijd een lachertje, maar nu hebben we er hier in LA een titanenstrijd bij.”

Voor de GPD-bladen, 22 december 2011

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basketbal

Duizelen met Schlierenzauer

Oostenrijks wonderkind wint ook in Garmisch-Partenkirchen

(Door Edward Swier)
DEN HAAG/GARMISCH-PARTENKIRCHEN (GPD) – Het was een grote eer voor hem. Gregor Schlierenzauer zong, ten overstaan van heel uitbuikend en naborrelend Europa, als één van de eerste Oostenrijkers de nieuwe versie van ’s lands volkslied. De 21-jarige skispringer won gisteren de tweede wedstrijd van de Vierschansentoernee, in Garmisch-Partenkirchen. Met nog twee wedstrijden in eigen land voor de boeg zou het maar zo kunnen dat ‘Schlieri’ historie gaat schrijven én een miljoenenbonus opstrijkt. 

Zijn naam laat ons struikelen, zijn sprongen maken ons duizelig. En met zijn uiterlijk heeft Schlierenzauer duizenden Oostenrijkse meisjes het hoofd op hol gebracht. Op het internet circuleren tientallen filmpjes met foto’s van Schlieri in vakantiestemming, achter het fornuis, in de skilift, op het surfboard of gewoon thuis op de bank. Steevast zitten er zoete liedjes onder gemonteerd, en wemelt het in de video’s van de hartjes.

Gregor Schlierenzauer is, weliswaar al 21, nog steeds een wonderkind. Sporten is zijn familie niet vreemd. Oom Markus Prock gaf hem het goede voorbeeld, door olympische plakken op de rodelslee te winnen. Prock is inmiddels manager van Schlierenzauer, die vanaf zijn geboorte doof is aan zijn linkeroor maar zich nooit door die handicap liet tegenhouden. Op zijn vijftiende al debuteerde hij in het wereldbekercircuit. Zijn zege van gisteren in Garmisch betekende zijn 38ste wereldbekerzege, waarmee hij inmiddels achter Matti Nykänen en Adam Malysz de succesvolste WB-schansspringer aller tijden is. Acht gouden WK-medailles ondersteunen die gedachte.

 In Vancouver won Schlierenzauer, die zich voor zijn sprongen oplaadt door ACDC op zijn koptelefoon te zetten, al olympisch goud met het Oostenrijkse team, en individueel brons op zowel de kleine als grote schans. Op de volgende Spelen zal hij de grote favoriet zijn. Een eerste eindzege in de Vierschansentoernee is bovendien aanstaande.

Vlak voor de jaarwisseling was Schlierenzauer al de beste in Oberstdorf. Dat ging niet bepaald zonder slag of stoot. Wind en sneeuw maakten springen niet eenvoudig, Schlierenzauer was één van de springers die viel voor er een herstart kwam. Met sprongen van 133 en 137,5 meter zette hij de toon, in Garmisch klonk gisteren dezelfde muziek. Nu won Schlierenzauer met sprongen van 138 en 134 meter. De Japanner Daiki Ito sprong weliswaar tweemaal verder, maar kreeg een lagere jurywaardering. Ito is de eerste die zich deze Vierschansentoernee tussen de Oostenrijkers wist te scharen, met een derde plaats. Beide keren gingen plaatsen 1 en 2 naar Schlieri en wereldbekerleider Andreas Kofler. In Oberstdorf zorgde Thomas Morgenstern voor het eerste complete Oostenrijkse podium sinds 1975.

Na de twee Duitse springtoernooien verhuist het circus nu nota bene naar Oostenrijk. Op 4 januari wordt op Schlierenzauers thuisbaan in Innsbruck gesprongen, de toernee wordt afgesloten met Bischofshofen.
In zijn huidige vorm zou het zo maar kunnen dat Schlierenzauer alle vier de wedstrijden wint. Daarmee treedt de Tiroler dan in de voetsporen van de Duitser Sven Hannawald, die dat in de winterperiode van 2001-2002 lukte. Mocht de Oostenrijker nu slagen dan strijkt hij een miljoenenbonus op.

Niet dat de 21-jarige Schlierenzauer het nu al slecht heeft. Skispringen is big business geworden. Met zijn frisse uitstraling heeft de Oostenrijker het goed voor elkaar. De lange slungel heeft bovendien een groot aantal sponsors. En een speciale kledinglijn vindt gretig aftrek.

Voor de GPD-bladen, 1 januari 2012

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Skispringen

Mee met de tijd

Ook de Zesdaagsecoureur slaapt nu ’s nachts   
 
(Door Edward Swier)
ROTTERDAM (GPD) – Ze konden op de kermis staan. Naast de vrouw met de baard en de menselijke kanonskogel. Zesdaagsecoureurs; ze waren een bezienswaardigheid. Zes keer 24 uur lang, 144 keer 60 minuten, trachtten ze met hun benen de kilometers weg te malen op de houten wielerpiste. Het leidde tot krankzinnigheid, woede-aanvallen, ongelukken én heldenverhalen.

De heroïek van toen is nu niet meer. Het zou ook onzin zijn. De tijden zijn veranderd. We willen alsmaar sneller. Wielerkoersen op de weg zijn nog maar zelden langer dan 200 kilometer. En op de baan zijn de Zesdaagsen verworden tot wedstrijden over vijf avondjes en een (zondag)middagje. Zo ook de Zesdaagse van Rotterdam, die gisteravond zo rond 19.00 uur begon. Nog voor het middernachtelijk uur werden de laatste huldigingen verricht.

Organisatoren die niet met de tijd meegaan, worden snel afgestraft. Het is een voortdurend proces. Ieder jaar wordt er aan het programma van de Zesdaagse gesleuteld. Stilstand is achteruitgang, meegaan met de tijd een vereiste. Kleine, cosmetische ingrepen volstonden niet langer, het moest ook in Rotterdam vlotter, korter, fanatieker. Sportieve shownummers werden geschrapt, het enthousiasme onder de renners moest aangewakkerd worden. ,,We willen de sportieve toekomst van de Zesdaagse veilig stellen”, aldus organisator Frank Boelé.

De Zesdaagse, een Britse uitvinding uit het eind van de negentiende eeuw, is reeds meer dan honderd jaar een zoektocht naar wat het publiek – naast een flinke dosis entertainment – sportief nu precies wil. Daarbij speelt de tijd een belangrijke rol.

Vroeger hadden we overal de tijd voor. Dus ook voor de Zesdaagse. Het publiek wilde waar voor zijn geld. Dat wil zeggen: coureurs moesten zich zichtbaar in het zweet werken. En urenlang hun rondjes draaien, tot de dood of de gladiolen. Wie de meeste kilometers aflegde won. Wie ervoor koos enkele uurtjes te slapen, schakelde zichzelf uit. Het leidde tot waanzinnige taferelen, renners die half slapend de pedalen streelden. 

Organisatoren, op jacht naar hoge recettes, vertelden vanzelfsprekend de mooiste verhalen. Bedachten dat het altijd nog weer gekker kon. Er zijn verhalen van coureurs die rechtstreeks van de piste richting het gesticht gingen. Anderen werden door de wedstrijdleiders verleid tot vreemde stunts. Zo werd de Amerikaan Charles Miller in 1898 gevraagd om tussen de bedrijven door tijdens de Zesdaagse in New York ook nog even te trouwen met zijn verloofde. Het jaar ervoor had hij tijdens de toen nog individuele Zesdaagse liefst 3368 kilometer afgelegd. Maar het moest nog extremer. En dus trouwde Miller, kuste zijn vrouw en stapte weer op. Later die week kon hij, te moe voor een mooie huwelijksnacht, de winnaarsgage aan zijn kersverse echtgenote overhandigen.

Weliswaar liggen de coureurs ook nu – vanwege de adrenaline – nog tot drie uur wakker, vroeger hadden ze pas echt slaapgebrek. In 1936, bij de eerste editie van de Rotterdamse Zesdaagse, maakten de renners nog lange dagen. Tot ver in de jaren vijftig moest altijd één van de renners in de baan blijven, desnoods gehuld in kamerjas en lange broek. Het leidde tot lethargie binnen het pelotonnetje coureurs en bij het publiek. Niet vreemd dan ook dat Jan Pijnenburg en Frans Slaats halfslapend op de foto gingen, en zich slechts met hulp van een verzorger staande wisten te houden.
In ‘Op de Rotterdamse latten’ citeerde auteur Peter Ouwerkerk het Rotterdams Nieuwsblad van 23 februari 1936: ,,Tot de sprints van twee uur in den nacht valt er niets te beleven en na de sprints vaart de lustelooze stemming weer in het peloton. De renners tooien zich weer in de trainingsbroeken en het publiek verlaat grootendeels de hal.”

Pas in de jaren zestig werd het middagprogramma ingekort en ontdekten organisatoren dat het eigenlijk veel slimmer was om de coureurs alleen de baan in te sturen als er ook daadwerkelijk publiek op de tribunes zat. In Rotterdam was Peter Post initiatiefnemer daartoe. De ex-renner nam vanaf 1973 als wedstrijdleider drastische maatregelen. Post kortte het programma in, maar vroeg wel totale overgave van het peloton. ,,Rije! Ze moeten rije, verdomme! Het volk wil wat zien, moet geboeid blijven.” De huidige koersdirecteur Boelé heeft nog altijd diezelfde zorg.

Voor de GPD-bladen, 5 januari 2012

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Baanwielrennen