Mee met de tijd

Ook de Zesdaagsecoureur slaapt nu ’s nachts   
 
(Door Edward Swier)
ROTTERDAM (GPD) – Ze konden op de kermis staan. Naast de vrouw met de baard en de menselijke kanonskogel. Zesdaagsecoureurs; ze waren een bezienswaardigheid. Zes keer 24 uur lang, 144 keer 60 minuten, trachtten ze met hun benen de kilometers weg te malen op de houten wielerpiste. Het leidde tot krankzinnigheid, woede-aanvallen, ongelukken én heldenverhalen.

De heroïek van toen is nu niet meer. Het zou ook onzin zijn. De tijden zijn veranderd. We willen alsmaar sneller. Wielerkoersen op de weg zijn nog maar zelden langer dan 200 kilometer. En op de baan zijn de Zesdaagsen verworden tot wedstrijden over vijf avondjes en een (zondag)middagje. Zo ook de Zesdaagse van Rotterdam, die gisteravond zo rond 19.00 uur begon. Nog voor het middernachtelijk uur werden de laatste huldigingen verricht.

Organisatoren die niet met de tijd meegaan, worden snel afgestraft. Het is een voortdurend proces. Ieder jaar wordt er aan het programma van de Zesdaagse gesleuteld. Stilstand is achteruitgang, meegaan met de tijd een vereiste. Kleine, cosmetische ingrepen volstonden niet langer, het moest ook in Rotterdam vlotter, korter, fanatieker. Sportieve shownummers werden geschrapt, het enthousiasme onder de renners moest aangewakkerd worden. ,,We willen de sportieve toekomst van de Zesdaagse veilig stellen”, aldus organisator Frank Boelé.

De Zesdaagse, een Britse uitvinding uit het eind van de negentiende eeuw, is reeds meer dan honderd jaar een zoektocht naar wat het publiek – naast een flinke dosis entertainment – sportief nu precies wil. Daarbij speelt de tijd een belangrijke rol.

Vroeger hadden we overal de tijd voor. Dus ook voor de Zesdaagse. Het publiek wilde waar voor zijn geld. Dat wil zeggen: coureurs moesten zich zichtbaar in het zweet werken. En urenlang hun rondjes draaien, tot de dood of de gladiolen. Wie de meeste kilometers aflegde won. Wie ervoor koos enkele uurtjes te slapen, schakelde zichzelf uit. Het leidde tot waanzinnige taferelen, renners die half slapend de pedalen streelden. 

Organisatoren, op jacht naar hoge recettes, vertelden vanzelfsprekend de mooiste verhalen. Bedachten dat het altijd nog weer gekker kon. Er zijn verhalen van coureurs die rechtstreeks van de piste richting het gesticht gingen. Anderen werden door de wedstrijdleiders verleid tot vreemde stunts. Zo werd de Amerikaan Charles Miller in 1898 gevraagd om tussen de bedrijven door tijdens de Zesdaagse in New York ook nog even te trouwen met zijn verloofde. Het jaar ervoor had hij tijdens de toen nog individuele Zesdaagse liefst 3368 kilometer afgelegd. Maar het moest nog extremer. En dus trouwde Miller, kuste zijn vrouw en stapte weer op. Later die week kon hij, te moe voor een mooie huwelijksnacht, de winnaarsgage aan zijn kersverse echtgenote overhandigen.

Weliswaar liggen de coureurs ook nu – vanwege de adrenaline – nog tot drie uur wakker, vroeger hadden ze pas echt slaapgebrek. In 1936, bij de eerste editie van de Rotterdamse Zesdaagse, maakten de renners nog lange dagen. Tot ver in de jaren vijftig moest altijd één van de renners in de baan blijven, desnoods gehuld in kamerjas en lange broek. Het leidde tot lethargie binnen het pelotonnetje coureurs en bij het publiek. Niet vreemd dan ook dat Jan Pijnenburg en Frans Slaats halfslapend op de foto gingen, en zich slechts met hulp van een verzorger staande wisten te houden.
In ‘Op de Rotterdamse latten’ citeerde auteur Peter Ouwerkerk het Rotterdams Nieuwsblad van 23 februari 1936: ,,Tot de sprints van twee uur in den nacht valt er niets te beleven en na de sprints vaart de lustelooze stemming weer in het peloton. De renners tooien zich weer in de trainingsbroeken en het publiek verlaat grootendeels de hal.”

Pas in de jaren zestig werd het middagprogramma ingekort en ontdekten organisatoren dat het eigenlijk veel slimmer was om de coureurs alleen de baan in te sturen als er ook daadwerkelijk publiek op de tribunes zat. In Rotterdam was Peter Post initiatiefnemer daartoe. De ex-renner nam vanaf 1973 als wedstrijdleider drastische maatregelen. Post kortte het programma in, maar vroeg wel totale overgave van het peloton. ,,Rije! Ze moeten rije, verdomme! Het volk wil wat zien, moet geboeid blijven.” De huidige koersdirecteur Boelé heeft nog altijd diezelfde zorg.

Voor de GPD-bladen, 5 januari 2012

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Baanwielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s