Maandelijks archief: april 2012

Met tranen in ogen richting zwarte gat

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – Slechts een gaashek scheidt heden en verleden. Links de kantoren, modern en wit. Groots en onpersoonlijk. Maar, vol bedrijvigheid, strakke pakken en dikke bankrekeningen. Aan de andere kant zijn de dagen geteld. Nog een maandje staan de, soms wat smoezelige, stallen op het Hilversumse drafcentrum. Daarna valt, het gedreun van bulldozers en draglines ten spijt, een diepe stilte. Een sportieve stilte die nu al voelbaar is.

Er is in zijn stal plek voor 38 paarden. Maar die staan er reeds jaren niet meer. Sinds Manus Bouwhuis het, vanwege een bedrijfsongeluk, rustig aan moet doen, dunde de levende have uit. En sinds de Hilversumse toptrainer en puike pikeur van weleer besloot er definitief een punt achter te zetten, raakte zijn stal leger en leger. ,,Er staan nu nog zeven paarden, acht soms. Het is stil. Triest. Je merkt het aan de beesten. Gooide ik vroeger de stal open, dan was het een gebrul van jewelste. Nu hoor je ze amper. Ze voelen het einde naderen. Solly, die goeie hond, ook. Alleen de vogels vinden het mooi. Die hebben bezit genomen van de lege stallen”.

De eerste van vele stiltes valt. Gepluk aan zijn kin, een grimas op het gelaat. Manus Bouwhuis heeft het er moeilijk mee. Voor velen was ‘de achterkant van het sportpark’ hun tweede huis. Of veel meer dan dat. Een enkeling sliep er af en toe. Bouwhuis dacht er tot in lengte van jaren te zitten. Hij verhuisde nota bene drie jaar geleden naar een straat die op steenworp afstand ligt.

Hij overleefde een faillissement, wilde hoe dan ook doorgaan. Zelfs al kon hij er na een ongeluk begin jaren negentig – toen hij bij het binnenrijden van de stal door een driest jong paard tegen een staldeur werd gekwakt, waarbij hij zijn linkerhand nagenoeg verbrijzelde – slechts nog beperkt zijn inzet leveren. Maar nu is het afgelopen. De paarden moeten plaats maken voor een complex van sportgigant Nike. Op 26 oktober wordt de laatste koers verreden.

GOUDEN HELMEN

Bouwhuis begon, nadat hij als leerling-pikeur al in 1961 tot Nederlands kampioen was gekroond, twee jaar later voor zichzelf. Het waren de mooie jaren. ,,Ik had succes. Daardoor gaven steeds meer eigenaren hun paarden bij mij in training. Klanten die we nu nog steeds hebben. De Gouden Zweep, de Sweepstakes, het Van Wickevoort Crommelin Memorial, op de Derby na heb ik alle grote koersen gewonnen. In 1978 en ’79 werd ik kampioen bij de beroepspikeurs. Na een strijd op leven en dood pakte ik de gouden helm. Had ik ’s middags al vier koersen op Nootdorp gewonnen, maar om punten te verzamelen, snelden we dan nog gauw naar Wolvega. Dat kon toen nog. Twee koersprogramma’s op één dag. Er waren paarden zat.”

Minstens zo mooi als het koersen vindt Bouwhuis de dagelijkse omgang met de paarden. ,,Als je er geen liefhebberij in hebt, loop je hier natuurlijk niet zeven dagen in de week rond. De omgang met die beesten, prachtig. Al heb je niet één vriend meer, de paarden zijn er altijd voor je”.

Zelden of nooit ging hij op vakantie. ,,Maar begin november ben ik veertien dagen weg. Met het vliegtuig. Naar de zon. Ik wil het allemaal even vergeten, het is een hard gelag. Mijn levenswerk, zomaar weg. Ik slaap al zes weken slecht, gebruik homeopathische druppeltjes om wat kalmer te worden. Maar het blijft spoken. En hier word je ook niet vrolijker. Je merkt aan alles dat het einde nadert. Maar als de bulldozers hier de boel neerhalen, hoef ik dat niet te zien”.

De stal die straks als eerste sneuvelt, omdat er een uitvalsweg voor de slopers moet komen, is uitgerekend die van Bouwhuis. De stal is van de paardensportvereniging Hilversum (PSH) en wordt verhuurd aan de Marly BV, een bedrijfje dat behalve Bouwhuis onder andere diens zoon Martin en dochter Manon op de loonlijst heeft staan. ,,Voor die twee vind ik het nog het meest triest. Sinds ik met m’n hand zit, nemen ze veel van mijn taken over. Martin wilde ook pikeur worden”. Dochter Melinda, succesvol amatrice, trok eerder haar conclusies. Zag voor zichzelf geen toekomst in de drafsport en stopte.

Toen de kantoren oprukten, voelde ook Bouwhuis het einde naderen. ,,We raakten steeds meer ingesloten. Maar er was een huurcontract tot 2021. We hoopten in ieder geval de volgende eeuw nog te halen. Maar tegen het kapitaal kan je niet op hè”. Bouwhuis, toch niet een grote vriend van de bestuurders, is ervan overtuigd dat de Paardensportvereniging Hilversum zich niet heeft laten afschepen.

FAILLISSEMENT

De Stichting Nederlandse Draf- en Rensport wilde geld zien. ,,Er was een schuld van achteenhalf miljoen, nog van de bouw van de nieuwe totohal. De NDR zat zelf krap, wilde plots het geld van de lening terug hebben. Ze hadden Hilversum ervoor willen opofferen. We hadden hoe dan ook het einde van het jaar niet gehaald. Gelukkig dat ze in Den Haag en de gemeente hier Nike niet kwijt wilden. Daardoor zijn we er nog redelijk uitgesprongen”.

Dertig miljoen gulden moet als pleister op de wonde dienen. Fred de Zoete, bestuurslid van de PSH, weet dat euforie ongepast is. ,,Tevreden met de afhandeling? Dat kunnen wij niet zijn. We hebben het mes op de keel gehad, zijn in een netelige positie gemanoeuvreerd. Nee, tevreden mogen wij niet zijn”.

Ook De Zoete heeft paardjes. Toch blijft er altijd zoiets als wij (de pikeurs en trainers) en zij; de bestuurders. Bouwhuis: ,,Ik ben in al die jaren misschien tien keer boven geweest”. Hij bedoelt: de sociëteit van de PSH, op de bovenste verdieping van de totohal. Waar onbeperkt drank wordt geschonken, toastjes worden geserveerd en een haast ondoordringbare blauwe sigarenwalm hangt. Waar ook de beslissingen worden genomen. ,,Wij werden eigenlijk nooit ergens bij betrokken”.

Bouwhuis is voorzichtig, mild haast. Hij houdt zich in. ,,Bij de NDR zaten kopstukken die zoveel geld verdienden dat je je afvroeg of dat nou nodig was. En of ze die centjes eigenlijk wel waard waren”.

Crisismanagers wisten de crisis niet te voorkomen. Bouwhuis, in 1992 en 1993 nog nationaal kampioen op de kortebaan, zag het met lede ogen aan. De foto’s uit de hoogtijdagen, zoals met Olaf Pride en Rony W, die liefst achttien koersen op rij won, zijn vergeeld. ,,Het gaat slecht met de drafsport, de boel vergrijst”.

PLUMPUDDING

,,Toen het hier precies volgens de regeltjes moest, begin jaren tachtig, zakte het als een plumpudding in. Ze wilden de bookmakers van de baan weren, joegen verwoed op die knapen. Speelde je vijfhonderd piek bij een bookie, dan zette hij nog eens 250 extra bij de totalisator. Dat gaf dus omzet. Omdat er nu nog maar weinig gespeeld wordt, valt er niks meer te winnen. Zet jij honderd gulden winnend op een paard, dan geeft dat beest nog maar 1,10. De grote spelers houden hun knip gesloten, spelen liever op een boks- of tennispartij. Of de toto”.

De NDR is bezig met een nieuwe wedgigant, Errel. Maar het bedrijf schijnt niet van onbesproken gedrag te zijn. En blijft dus nog even afwachten of het wel tot een contract komt. Een verdere verlaging van de prijzengelden dreigt sowieso. ,,Als dat er doorkomt, zou dat wel eens de doodsteek kunnen zijn.”

Hij schudt maar weer eens het hoofd. Hier zit een man die het, voor velen slechts spreekwoordelijke, zwarte gat levensecht ziet naderen. Hij heeft niks meer om handen. Zijn zoon maakt zich zorgen: ,,Pa kan nog geen half uur stilzitten”. Een job zal hij, weet Bouwhuis senior, niet meer vinden. ,,Ik ben 56, heb die slechte hand”.

,,Misschien ga ik op zondag wel naar de koers in Duitsland. Een lekker hapje eten, volop sfeer, geen entree”. Wellicht zal hij af en toe aanwippen in het wedkantoor, dat waarschijnlijk naar de Hilversumse Admiraal de Ruijterlaan verhuist. Om er bij te kletsen met oude bekenden. ,,Het wordt heel moeilijk. Het is hier nu al rustig. We lopen ons stierlijk te vervelen. Echt, ik ben bang dat ik met mijn kop tegen de muur loop”.

Voor De Gooi-en Eemlander, 25 september 1997

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Drafsport

Zelf bepalen wat je eet

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – De deurbel gaat. Het blijkt de pizzakoerier. Marcel Huybens heeft, na een dag denkwerk op kantoor én een inspannende basketbaltraining bij landskampioen Den Bosch, zin in een rijkelijk belegde Italiaanse deegbodem. En dus eet de Hilversummer deze avond pizza. ,,Want, je zou er toch niet aan moeten denken dat een ander voor je bepaalt hoe laat je eet, wat je dan eet en wat je er bij drinkt”.

Huybens, die algemeen erkend wordt als de beste basketballer die momenteel op de Nederlandse velden rondloopt (en zaterdag in Amsterdam dan ook als zodanig werd gehuldigd), kent de verhalen van zijn collega-internationals. Zoals Mike Nahar en Geert Hammink, die in de Griekse competitie spelen. ,,Je vangt er een hoop knaken, dat is waar. Maar het is er heus niet het walhalla. Als je een keer met vrienden tot na twaalven uit eten gaat, krijg je prompt een boete van vierduizend dollar. En bellen ze je de weken daarop iedere dag steevast om tien voor twaalf ’s avonds of je wel thuis bent. Er zijn zelfs voorzitters die je menu samenstellen. Bovendien nemen ze het er niet zo nauw met het overboeken van de salarissen. Je moet echt niet gek opkijken als je in februari je geld van december krijgt”, aldus de mede-directeur van de automatiseringstak van ACS All Office.

Huybens stapt ’s ochtends om kwart voor zeven in zijn auto om, voor de file uit, naar zijn werk te rijden. Terwijl zijn maatjes in Griekenland nog op één oor liggen. ,,Daar moet je bijna wel de godganse dag in je nest liggen, anders trek je het niet. Ik zou het in ieder geval niet ambiëren om alleen maar te basketballen. Ik ben nu druk bezig mijn maatschappelijke carrière op te bouwen, haal uit mijn werk juist die motivatie waardoor ik het basketbal zo leuk vind”.

Toch, geeft de 29-jarige Huybens toe, bestaat de kans dat hij een aanbieding krijgt die hij niet kan laten glippen. ,,Maar dan hebben we het wel over bedragen van een half miljoen of meer”. Vorig jaar liet hij een toch vorstelijk aanbod van AEK Athene – vierhonderdduizend dollar voor twee seizoenen – lopen. Dat hij nog druk bezig is met de verbouwing van zijn huis in Hilversum, en dat zijn vrouw Vanessa lesgeeft op een lokale school, maakt van zijn keus bij Den Bosch te blijven, in zijn ogen vooralsnog een logische.

In zijn zesde seizoen voor Den Bosch maakt Huybens momenteel hoogtijdagen door. Zowel in de competitie, tijdens de Haarlem Basketball Week, in de Europacup als in Oranje trachtte Huybens zo vaak mogelijk de kar te trekken. Hetgeen zeer geregeld lukte. Met de huidige landskampioen is hij opnieuw titelfavoriet, al geven Amsterdam en Donar de nodige tegengas. Huybens spreekt daarom van ”de meest interessante competitie sinds jaren”. Anderen roepen dat er bloedarmoede heerst, vinden het een gemis dat tien spelers – na het opengaan van de Europese grenzen – richting zuiderburen vertrokken. En snappen er niets van dat een zeker honderddertig kilo zware Amerikaan als Riley Smith zich bij Den Bosch zo sterk kan manifesteren. Dat zegt, zo willen de criticasters doen geloven, hoe slecht het gesteld is met de nationale competitie.

Huybens: ,,Ik geef het je te doen, Riley verdedigen. Dat kun je mooi op je buik schrijven. Ik geef toe dat hij nu, na een lange blessureperiode, behoorlijk aan de maat is. Maar hij heeft in het verleden toch maar mooi een jaartje een NBA-salaris gevangen. En zo iemand loopt hier dan toch gewoon rond. Weet je wat ik echt slecht vind aan de eredivisie? Dat clubs toestemming hebben om drie Amerikanen op te stellen. Daar zit volgens mij niemand op te wachten. Ik vind het in ieder geval teveel van het goede. Daarvoor in de plaats had ik liever twee yanks en een extra Nederlander gezien”.

Met Oranje beleefde Huybens de nodige ups, maar vooral downs. Het keurkorps van Toon van Helfteren wist zich niet te plaatsen voor het EK. ,,We hadden gewoon (na het nodige geharrewar over verzekeringspremies, red.) te laat in de cyclus de beschikking over Mike en Geert. Anders hadden we het zeker gered”.

En was er minder kritiek geweest op Van Helfteren. ,,Ik denk dat hij momenteel de beste persoon voor de job is. Heus. Misschien is hij niet de allerbeste coach, maar hij is tenminste niet clubgebonden. En ik kan me geen coach herinneren die in de afgelopen tijd zoveel competitieduels heeft bezocht als Toon. En dan zeker wel iemand als Ton Boot aanstellen die zegt dat hij geen geld in het huidige nationale team zou steken, dat hij alleen met de jeugd wil werken. Nee, dank je”.

Maar, er zijn toch, na wat conflictjes met Van Helfteren, enkele jongens opgestapt? ,,Er werd op het laatst ook wel om de meest makkelijke redenen afgezegd. Er waren gasten die afhaakten vanwege een sollicitatiegesprek. Nou, ze moeten er nu nog heen. Wie missen we van al die knapen nou echt? Rolf Franke is eigenlijk de enige aderlating”.

Met Franke was Huybens mede-oprichter van de Dutch Players Association (DPA), een belangenvereniging voor de spelers. De club is, aldus Huybens, ,,nu een beetje in ruste. Ik heb er twee jaar lang al mijn energie ingestoken. Het was heel leerzaam, nuttig ook. Want we hebben als DPA heus wel het een en ander bereikt. Maar, ik heb eigenlijk nu mijn buik wel vol van die bondsbestuurders. Zolang dat stelletje daar maar zit, en na een interland of ander evenement vooral zijn best doet om een vette bek te scoren bij het buffet, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik heb al zo vaak om de tafel gezeten met ze, en geconcludeerd dat het meestal gewoon verloren tijd is. Soms dacht ik dat ze de indruk hadden dat ze met de een of andere Gekke Henkie van doen hadden”.

Hij vervolgt zonder schroom: ,,Je kan toch concluderen dat het al jarenlang gewoon slecht is wat uit hun handen komt. Wie er voor drie opeenvolgende thuisinterlands niet in slaagt de reclameruimte op het shirt te verkopen, levert gewoon slecht werk. Punt uit. Als je aanbiedt zelf eens te zoeken, bijvoorbeeld binnen de Businessclub van Den Bosch, dan wordt dat afgewezen. Omdat men ook wel weet dat men dan gezichtsverlies lijdt. Momenteel wordt gedacht aan verregaande professionalisering van het basketbal in Nederland, kijkt de bond welke rol ze daarin kan spelen. Maar, wat kunnen bondsbestuurders die onder curatele staan nu bereiken? Aan de ene kant de leden extra belasten voor een tekort van tweehonderdduizend gulden en aan de andere kant een ambitieus topsportplan opzetten, dat kan toch niet. Dan moet er een lampje bij je gaan branden”.

 Voor De Gooi-en Eemlander, 10 maart 1997

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Basketbal

Frustraties, niets anders

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – De een noemt ze Jut en Jul, de ander spreekt liever van de lamme en de blinde. Arie Kauffman en Bert Paauw. Respectievelijk algemeen – en technisch directeur van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. De laatste jaren was het behoorlijk saai bij de KNAU, maar plots is de bond een poel van verderf en onrust. Bij vele betrokkenen borrelt deze weken wel iets onaardigs op. Met als rode draad: een gebrek aan beleving, visie, bezieling en kennis op het bondsbureau. En vooral bij Jut en Jul.

DE CRITICASTERS

De criticasters namen de afgelopen maanden geen blad voor de mond. Zoals Henk Kraaijenhof en Erik de Bruin. Ze waren door de KNAU aangesteld als adviseur, performance consultant, zeg maar vraagbaak. Maar er werd ze eigenlijk nooit iets gevraagd. De Bruin was het voor de Olympische Spelen al zat. En concludeerde dat de KNAU toch echt de verkeerde mensen op de belangrijke plaatsen heeft zitten.

,,De grote fout kun je in één adem noemen: Arie Kauffman. Die verzamelt alleen ja-knikkers om zich heen, mensen die vooral niet lastig zijn. Het perfecte voorbeeld is Bert Paauw. Atleten zeggen tegen mij dat ze hem een sukkeltje vinden, maar dat niet hardop kunnen zeggen omdat ze afhankelijk zijn van zijn steun”, zei De Bruin onlangs in het blad Runner’s World.

Kraaijenhof signaleerde louter dat de bond het spoor bijster is. Hij hield zich de afgelopen weken relatief rustig. Al moet ook hij wanhopig zijn. Dat kan niet anders als je het schier onmogelijke – het fysiek op de huppel helpen van het Argentijnse enfant terrible Maradona – verkiest boven een klusje bij de KNAU.

En dan Harry Dost. Voormalig bondstrainer. Werkzaam met de mannelijke meerkampers en als jeugdcoördinator. Hij sloeg vorige week de KNAU-deur heel hard achter zich dicht. Niet zozeer omdat niet hij, maar een ander (Charles van Commenée) is benoemd tot meerkampcoach (voor vrouwen én mannen), maar vooral omdat hij niet eens gekend was in die ommezwaai. Dost spreekt van ‘feodale toestanden’. ,,Er zijn beslissingen genomen zonder overleg met direct betrokkenen”.

Van Commenée heeft een baan, maar geen werk. Zijn pupil Sharon Jaklofsky lijkt door een blessure voor lange tijd uit de running en de talentvolle meerkampers Marcel Dost en Jack Rosendaal zijn niet van zins te gaan samenwerken met Van Commenée. Ze mijden de centrale trainingen, gaan met hun eigen trainers aan de slag.

Gerard Nijboer denkt dat ze hem bij de KNAU te dynamisch vinden, dat het daarom nooit verder gekomen is dan een enkel gesprekje. ,,Kauffman en Paauw prediken vooral rust in de tent. Zoveel rust dat we er bijna van in slaap vallen”. De Drent zegt niets te snappen van het beleid van de atletiekunie. ,,Het is zwalken. Nu komt Bob Boverman weer terug als wegcoach (voor de lange afstand, red.). Dat begrijp ik niet. Hij heeft zijn kansen gehad. Er zitten verkeerde mensen op de verkeerde plaatsen”.

Frans Thuys zit op de lijn van Nijboer. Dat hij na het afscheid van Ellen van Langen geen bedankje van de KNAU kreeg, verbaasde hem niets. Hij weet dat ze hem, die vervelende, arrogante kwast, liever kwijt dan rijk zijn. ,,Paauw en Kauffman”, signaleerde Thuys in Het Parool, ,,bestendigen het beleid dat wordt gepredikt: veiligheid, soberheid, geen topsport. De KNAU is een gezelligheidsclubje. Het gaat ze om concessies en compromissen. Ze snappen niet dat topsport geen concessies doet en compromisloos is. Daarvoor heb je visie en durf nodig en in de KNAU zit niemand met visie en durf. Ze weten niet eens dat ze in gebreke blijven; ze denken echt dat ze hun werk goed doen”.

DE BEKLAAGDEN

De beklaagden dan. Het moet jeuken. Kauffman en Paauw kunnen  dit toch niet zomaar over hun kant laten gaan. Maar toch, een interview, daar voelt Paauw weinig voor. Als voormalig journalist is hij bekend met de wetten in medialand. Zich verdedigen heeft op dit moment, nu de storm op zijn hevigst is, nauwelijks zin. Nee, dan kan hij beter wachten tot de wind wat is gaan liggen. Mogelijk dat de donkere wolken zelfs – voor 24 oktober, de datum dat de KNAU haar plannen voor de komende vier jaar presenteert – overwaaien. Maar dat is onwaarschijnlijk.

Paauw, telefonisch tot een kort gesprek te verleiden: ,,Het zijn frustraties. Niets anders. Ik heb daarom ook niet zo’n behoefte te reageren. Ik wil geen gescheld over en weer.”

Maar hij voelt zich wel degelijk te kort gedaan. Paauw vindt de woorden van Thuys bijvoorbeeld ‘laag’. ,,Die man was graag zelf technisch directeur geworden. Hij solliciteerde, maar werd het niet. Wat is dan makkelijker dan degene die de baan wel heeft gekregen, neer te sabelen. Af te schilderen als incapabel.”

,,De feitjes zoals meneer Thuys die iedereen wil doen geloven, liggen wel even anders. Was hij het ook niet die na de gouden plak van Ellen van Langen in Barcelona tijdens een receptie in een gloedvolle rede zonder enig sarcasme de KNAU bedankte voor alle steun. Daar konden andere bonden nog een voorbeeld aan nemen, zei Thuys toen zelfs”.

Er zijn inmiddels vier jaren voorbijgegaan. Magere jaren vooral. Het EK in Helsinki (’94) verliep desastreus en tijdens de Spelen in Atlanta liep alleen Marko Koers niet voor spek en bonen mee. Paauw: ,,Er zijn heel wat plannen. In 1994 hebben we de zaak behoorlijk aangescherpt. Dat is nu geëvalueerd, en daar zijn conclusies uit getrokken. Ik kan je verzekeren dat we het spoor niet bijster zijn. Er is een heel rechte lijn richting Sydney uitgestippeld. Natuurlijk zal het plan niet vol verrassingen staan, zoveel geheimen kent de atletiek niet meer. Maar we denken dat dit in ieder geval een betere weg naar de Spelen is”.

De atletiekunie ‘profiteerde’ in het nabije verleden van enig gebrek aan cohesie tussen de diverse trainers. Iedereen verdedigde zijn eigen winkeltje, tegen kwalijke invloeden van buitenaf. Daar behoorde niet alleen de bond toe, maar vooral ook collega-trainers. Inmiddels richten oefenmeesters en atleten hun pijlen gezamelijk, en nagenoeg eensgezind, op de KNAU.

Het kan niet lang duren voordat Kauffman en Paauw worden geraakt. Bondsvoorzitter Piet van der Molen zegt het duo te steunen. Hij vindt het ‘goede kerels’. Maar erg overtuigend klinkt het niet. ,,Ik deel vooralsnog niet de mening dat hier de verkeerde mensen op de verkeerde plaatsen zitten,” zei Van der Molen onlangs. ,,Als zou blijken dat het wel zo is, doe ik er iets aan. Dat weten ze. Mijn respect hebben ze tot dusver”.

Tot dusver….

Voor De Gooi-en Eemlander (en andere GPD-bladen), 10 oktober 1996

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Atletiek