Bedanken voor de olympische eer

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – De afspraak is op de dag dat de Olympische Spelen in Atlanta op de kop af vijfhonderd dagen voor ons liggen. Dr. Sjung Hermans wordt er geen steek zenuwachtiger van. De 58-jarige Hilversummer, de vier voorbije Zomerspelen telkens chef-arts van de Nederlandse delegatie, hoeft zich niet meer druk te maken. Hij heeft bedankt voor de eer, zonder spijt. ,,Ik denk niet dat het goed is als je als bijna-zestiger nog op de Spelen rondloopt”. IOC-voorzitter Samaranch en consorten zouden hem eens moeten horen.

KNVB-bondsarts Frits Kessel (57!) zal de medische scepter zwaaien in Atlanta, het terugtreden van Hermans stond al voor Barcelona ’92 vast. ,,Ik heb toen reeds te kennen gegeven dat het de laatste keer zou zijn”, aldus de orthopedisch chirurg, die onlangs werd benoemd tot erelid van het NOCNSF. ,,Ja, dat is allemaal netjes afgewerkt”.

Hermans is zeer te spreken over de aanstelling van Kessel. ,,Een ervaren man. Sportarts bovendien. Nederland is één van de weinige landen in de wereld waar je een specifieke opleiding tot sportarts hebt. Het is dus eigenlijk niet meer dan logisch dat een sportarts, en niet een orthopeed met affiniteit voor de sport, de olympische ploeg leidt”.

Maar, met alle respect, Kessel is ook al ‘op leeftijd’. ,,De functie vraagt om een ervaren kracht. Internationaal ervaren. Een persoon met overwicht ook. Ik denk dat Kessel die rol prima kan spelen. Hij heeft al jarenlang een beslist niet gemakkelijke baan bij het Nederlands elftal. Het eerste negatieve bericht over hem moet ik nog horen”.

Wat Kessel in Atlanta te wachten staat, weet Hermans als geen ander. Zijn positie veranderde tijdens de vier Spelen die hij meemaakte nadrukkelijk. Was hij in Barcelona toch vooral chef-arts, en kon hij – met de hulp van vier artsen, negen fysiotherapeuten, twee masseurs en twee soigneurs – de klus ‘eenvoudig’ klaren, voor en tijdens de Spelen in Moskou was Hermans’ taak veel meer omvattend.

,,In 1980 beschikte alleen de zwembond over een eigen arts. Dus moesten we al die atleten voor de Spelen een check-up geven. Tijdesn het evenement was je ieders aanspreekpunt, een vertrouwensman. Tegenwoordig ben je als chef-arts meer ‘managing director’. Je werkt met een team, stuurt dat team. Vrijwel elke bond heeft zijn eigen sportarts. Medische gegevens staan continu, en tot de laatste dag bijgehouden, ter beschikking’. Ja het is wel iets indirecter geworden. Je staat minder dicht bij de sporter”.

Dat de belangen groot zijn, en de Spelen veel commerciëler zijn geworden, heeft ook Hermans ondervonden. ,,Je merkt het niet zo als je er middenin zit, maar de commercie legt een grote druk op het evenement. Er staan voor de atleten grote belangen op het spel. Op de Spelen zie je pas hoezeer de grens tussen amateur- en beroepssport is vervaagd. De druk voor zowel atleten als begeleiders dreigt vanwege al die belangen soms te groot te worden”.

Ook in zijn behandelkamer in Ziekenhuis Hilversum ervaart Hermans die druk. Bijna trots: ,,Ik heb nog weleens met profvoetballers uit de Italiaanse Serie A te maken. Het is verdomd lastig om het noodzakelijke revalidatieproces van die jongens uitgevoerd te krijgen. Dan dien je als arts vreselijk op je poot te spelen en diverse kwade faxen te sturen. En zelfs dan kan je niet voorkomen dat ze weer te vroeg worden opgesteld”.

Wat Hermans van de Olympische Spelen vooral is bijgebleven is dat het plaatselijke comité‚ en het IOC, ondanks commerciële, politieke of raciale belangen, er altijd weer in slagen van de Spelen toch iets heel bijzonders te maken. ,,Het evenement heeft een extra dimensie. Hoe het komt? Geen idee. Het is in ieder geval een heel apart gevoel door een olympisch dorp te wandelen, waar zo’n 10.000 sporters zijn gehuisvest. Allemaal mensen die bezig zijn aan misschien wel de belangrijkste dagen van hun leven”.

Zijn beste herinneringen bewaart Hermans aan zijn eerste twee Spelen, in Moskou en Los Angeles. ,,Misschien ook wel vanwege de tegenstellingen in beide steden. Moskou was om meerdere redenen totaal anders. Het was een sombere Olympiade, geen ‘cheerfull event”. In LA daarentegen was het één groot feest. Voortreffelijk georganiseerd, met Amerikaanse perfectie”.

Zijn allermooiste olympische moment beleefde Hermans, ondanks de bedompte sfeer, in Moskou. ,,Tuurlijk vond ik de gouden plak van Ellen van Langen in Barcelona fantastisch, maar dat was meer een nationaal gevoel. En ik denk ook met veel plezier terug aan dat joch van Tuur. Die werd in Seoel zo’n beetje de mascotte van de ploeg, waarin hij zelf de geest had geblazen. Maar in Moskou, daar gebeurde hét. Gerard Nijboer was ziek, had tijdens een trainingskamp in Zuid-Amerika een darminfectie opgelopen. Daar was hij nog niet van genezen. Tot vlak voor de start twijfelden we of Gerard wel moest starten. We hielden er al helemaal geen rekening mee dat hij de eindstreep zou halen. Toen hij dan ook als tweede dat Olympisch Stadion binnenkwam, wist ik niet wat ik zag. Op dat moment heb ik dikke tranen gehuild”.

Een dopingschandaal op de Spelen bleef Hermans bespaard. ,,Gelukkig wel”. Toch ziet hij het niet als zijn verdienste dat er nooit een Nederlander op het olympisch podium zijn masker verloor. ,,We hebben heel vaak gesproken over controles vlak voor de Spelen. Maar atleten kunnen natuurlijk maatregelen nemen voor aangekondigde controles. Daarom kan men beter geld steken in goede voorlichting over de nadelige effecten van dopinggebruik en verrassingscontroles houden”, aldus Hermans, die zich naar eigen zeggen ‘ernstig beduveld en bekocht’ voelde toen uitkwam dat diverse bevriende Oostduitse doktoren de kluit hadden belazerd. ,,Ik heb ze regelmatig besproken. Beschouwde ze als mijn vrienden en vroeg strikt vertrouwelijk naar de waarheid. Dacht ook dat ze me die vertelden. Maar ze bleken meer geheimen voor mij te hebben, dan ik voor hen”.

Hermans is anno 1995 een fel tegenstander van dopinggebruik. ,,Ik heb in mijn leven zo ongeveer ieder standpunt over doping tot het mijne gemaakt. Maar als ik het geheel overzie, kan ik slechts één conclusie trekken: sportorganisaties moeten doping blijven bestrijden. Met dopinggebruik vermoord je de essentie van de sport.”

 Voor De Gooi-en Eemlander, 9 maart 1995

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Olympische Spelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s