Jos Elen wordt graag serieus genomen

(Door Edward Swier)

DONGEN – Als ‘grote mensen’ het woord voeren, moeten – zo wil de etiquette – kinderen hun mond houden. En is het eindelijk zover dat de ‘kleintjes’ hun zegje mogen doen, dan wordt er niet geluisterd. Jos Elen en Henny Libregts, de drijvende krachten achter Neerlands kleinste profwielerploeg, weten er alles van. Ondanks tal van schrobberingen in de voorbije jaren, proberen de twee het dit seizoen toch maar weer. Met een bescheiden ploegje (Van Griensven Automaten) en een grote mond.

De twee, samen precies honderd jaar, hebben een enorme staat van dienst in het wielerm‚tier. Elen (48) leidde tal van prof- en amateurploegen, meestal gesponsord door zijn eigen bedrijf, Elro Snacks. Libregts (52 dus) was initiatiefnemer van de Skala-ploeg, halverwege de jaren tachtig de eerste werkgever van onder anderen Erik Breukink en Jean-Paul van Poppel. De toon van het verhaal wordt gezet: ,Er werd toen vooraf om ons gelachen. Maar, met Skala is het bewijs geleverd dat je voor weinig geld (zes ton, red.) een complete, prima presterende ploeg op de been kon brengen”. Elen en Libregts gaan in 1993 (voorlopig) met de helft van dat bedrag en vijf man de weg op: Willem-Jan van Loenhout, Kees Hopmans, Jos Elen jr., de Japanner Tadashi Sangu en de Belg Roland Assez.

Nee, Elen zal niet van de daken schreeuwen dat zijn formatie de nieuwe wereld- of Nederlands kampioen zal leveren, maar hij wil wel graag serieus worden genomen. En heeft daar – hoe klein zijn ploegje ook – recht op, vindt hij. Libregts beaamt dat: ,Er zijn er verrekte weinig die zo’n kijk op de koers hebben als Jos”. En toch is er, zelfs al zorgt Elen voor werkgelegenheid, tegenwerking. ,Tsja, ik neem geen blad voor de mond, geef mijn mening. En, daar hebben ze in dit wereldje een hekel aan. Vooral bondsbestuurders. Want al staan ze nog zo ver van de praktijk af, die denken het altijd bij het rechte eind te hebben. Nou mooi niet”, griept Elen.

Libregts vindt dat de publieke opinie Elen lang niet altijd even gunstig gezind is. ,Van de grote jongens wordt steevast gezegd dat het goede ploegleiders zijn. De media beoordelen dus aan de hand van je budget of je een goeie kerel bent. Heb je een klein budget, dan ben je een minkukel. Terwijl Jos veel meer vakmanschap heeft dan tal van zijn ‘rijke’ collega’s”.

,Makkelijk hoor”, voegt Elen er aan toe, ,,om als ploegleider van WordPerfect, Gatorade of Banesto tegen een jongen die een ton of twee, drie mee naar huis brengt te zeggen: morgenochtend om negen uur moet je daar en daar zijn. Nogal wiedes dat die gozer dat zonder morren doet. Het is veel lastiger de jongen die op het sociale minimum zit te motiveren”.

Het wantrouwen is groot. ,De cijfertjes en lettertjes moeten nog beter in orde zijn dan bij de grote jongens. Daar gelooft men het al gauw, wij worden keer op keer helemaal doorgelicht”. KNWU en FICP vragen doorgaans een bevestiging van een bevestiging, organisaties zijn soms achterdochtig. ,We moeten altijd ‚‚n stap meer doen. En krijgen steevast een kopje koffie minder. Als ik op het KNWU-bureau in Woerden kom, moet ik altijd in het halletje wachten. Ik vraag me echt af of Raas en Post daar ook een nummertje moeten trekken”.

Elen moet er af en toe nog wel om lachen. ,Als Bugno met zijn ploeg in een hotel komt, moet de eigenaar van die tent met hem op de foto. Bovendien mag Bugno absoluut niets betalen, want dat is die mans eer te na. En dat terwijl Gatorade al geld zat heeft. En wij? Als ik met mijn renners datzelfde hotel binnenstap, moet ik – voor we ook maar een hapje hebben gegeten – mijn portefeuille trekken. Je weet immers maar nooit…. Wie weet vertrekken we wel als een dief in de nacht, zonder te betalen”.

Over geldzaken gesproken, potentiële sponsors horen de meest ambitieuze versie van het sponsorpraatje van Libregts en Elen doorgaans ge‹nteresseerd aan, maar durven de stap niet te wagen. ,,We krijgen altijd hetzelfde verhaal te horen. Hoe kan het dat jullie maar één, anderhalf miljoen nodig hebben, terwijl Post en Raas het tienvoudige willen. Post en Raas zijn gevierde jongens, zullen het toch wel bij het rechte eind hebben. Dus gaat u maar weer heren”.

Voor dit seizoen had men de hoop al opgegeven. Jack van Griensven uit Baarle-Hertog, eigenaar van een handel in speelautomaten, biljarts en aanverwante artikelen, wilde – zo werd half februari duidelijk – echter voor een kwart miljoen wel wat aan zijn naamsbekendheid in met name Zuid-Nederland en Belgi‰ doen. In tien hectische dagen werd alsnog een mini-formatie op poten gezet. De GP WielerRevue kwam organisatorisch te vroeg, maar bij de Omloop Het Volk stond men wel aan de start. Zonder succes nog. Assez kwam het verst in de richting van Gent; hij reed honderdveertig kilometer mee. ,In de maand maart moeten we de achterstand proberen in te lopen”, verontschuldigt Libregts de renners.

Er is nog plek op de trui voor ‚‚n naam. Kosten: honderdduizend piek. De koersbroek is ook ‘te koop’. Voor de helft. Wanneer zich nog wat sponsors aandienen, gaan de twee nogmaals de boer op. ,,Matthieu Hermans, Michel Zanoli, Luc Suykerbuyk, Patrick Eijk, Peter Stevenhaagen. Allemaal jongens die zonder ploeg, of met een waardeloos contract zitten. Twee van die renners en we hebben plots heel wat meer body”.

Natuurlijk, de tijden zijn slechter dan ooit. Maar, er speelt meer. ,,Post neemt geen renner die bij Elro fietst. Dat kan niet hè. Wel als die jongen tussentijds een jaartje bij ‚‚n of andere onbeduidende Italiaanse ploeg gaat rijden. Dan lijdt men geen gezichtsverlies, hoeft men niet te erkennen dat men het verkeerd heeft gezien”.

In België wordt Elen met open armen ontvangen, maar Nederland ziet hem liever gaan dan komen, lijkt het. De Nederlandse UCI-voorzitter Hein Verbruggen zag tot voor kort Elen en de andere kleintjes wereldwijd liefst vandaag nog verdwijnen, maar ziet plots brood in een soort eerste divisie. ,,Als hij het allemaal zo goed weet, dan had hij de teruggang toch ook kunnen voorzien”, krijgt ook hij een sneer.

Wim Breukink wilde Elens ploeg eigenlijk niet in Ronde van Nederland laten starten. De KNWU is, zo bleek al wel, evenmin Elen-fan. En toch gaat hij door. ,,Het is toch een stuk idealisme. De hoop dat je jongens opleidt die ooit nog eens groot worden bij een andere, grote ploeg. Als er nou eens ‚‚n in de roos schiet, dan zijn we hem kwijt. Dat klinkt gek, maar daar zijn we eigenlijk voor bezig. Om die jongens weer kwijt te raken. Mogelijk levert dat ons ook wat erkenning op”.

 Voor de GPD-bladen, 3 maart 1993

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Wielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s