Plannen niet meer in een laatje

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – Regeren is vooruitzien. Ook in de wielersport. Voor Eric Geserick was het reeds bij zijn aantreden in 1987 zonneklaar dat hij eens bondscoach-af zou zijn. Ex-stayer Geserick, gek van (bijna) alles wat zich op de wielerbaan afspeelt, wilde echter iets voor de specifieke fietstak blijven betekenen.

De 38-jarige Hilversummer, wiens contract als baancoach na zeven succesvolle seizoenen (en maar liefst achttien WK- en olympische medailles) eind 1993 niet werd verlengd, liep dan ook reeds jaren met plannen ooit een eigen baanploeg te starten. Nu hij links en rechts geluiden hoort dat hij vooral uit rancune plotsklaps ‘voor zichzelf’ is begonnen, moet hij slechts glimlachen. ,,Ik zou wel stom wezen om daar op te reageren.”

Onder de vlag van de Stichting Wielerbaanpromotie Nederland, op initiatief van de toenmalige bondscoach begin 1993 opgericht, gaan vanaf vrijdag 10 maart – de dag van de presentatie van de ploeg – een achttal baanspecialisten gezamenlijk op pad. Ex-prof Tommy Post is de bekendste, maar van de rest gaat Nederland volgens Geserick nog veel meer horen. ,,Al ga ik niet hoog van de de toren blazen. Ik reken niet in NK-medailles, dit is geen wereldploeg. Maar dat kan het wél worden. En dat is de uitdaging.”

Met de geboorte van Gesericks geesteskindje krijgen de inspanningen van een grote groep enthousiastelingen gestalte. ,,Het klinkt gek, maar bij de bond, toch een grote organisatie, stond je er eigenlijk alleen voor. En nu is iedereen behulpzaam. Hier worden de ideeën en plannetjes ook direct uitgewerkt, verdwijnen ze niet in ‚‚n of ander laatje. Heerlijk, zo’n werksfeer.”

Eerder deed de stichting al van zich spreken door (her)oprichting van de Grote Sprintersprijs van Amsterdam en een internationale klassementskoers op de wielerbaan van Alkmaar. Bovendien worden middels diverse clinics talentvolle jongeren naar het ovaal gelokt. ,,Met een eigen baanploeg kunnen we onze stichting bij een breder publiek bekend maken. Dat is belangrijk, het gaat om de promotie van de baansport.”

 Dat is nodig omdat de wielerbond op dat terrein te weinig initiatieven ontplooit. ,,Ik denk dat de bond wat dat betreft ook blij met ons is. De Stichting Wielerbaanpromotie Nederland neemt de KNWU een hoop werk uit handen, is actief op terreinen die eigenlijk door de bond zouden moeten worden ontgonnen.” Over de huidige sportieve situatie in Nederland is Geserick niet te spreken. Zijn opvolger Peter Nieuwenhuis heeft Geserick ‘nog niet kunnen verrassen’.

,Ik voorspelde een terugval toen ik eind 1993 wegging. Het scheelde inderdaad een medaille op het WK, maar dat vind ik niet het voornaamste. Vorig jaar is er te zeer geteerd op de gevestigde orde. Jongens als Pieters en Nijdam. Gasten die niet alleen op hun retour zijn, maar ook nog eens als prof hun brood op de weg verdienen en, als puntje bij paaltje komt, dus ook voor de wegsport kiezen. Gelukkig is voor dit jaar de intentie uitgesproken dat jongere renners een kans krijgen, maar dat moet je nog maar afwachten”.

Mede daarom is er genoeg ruimte voor Gesericks ploeg, die een binnen- en buitenlands programma gaat rijden. ,,We vullen met onze stichting eigenlijk een gat. Dat zie je al aan het succes van de clinics. Daar komen steeds meer jongeren op af. De bond heeft voor de baan niet eens meer een juniorencoach. Vreemd, want je moet – zeker in kleinere disciplines als de baansport – voor doorstroming zorgen. Ik heb een aantal jonge talentjes in mijn ploeg. Coureurs die bij de bond buiten de boot zouden zijn gevallen.”

 De oprichting van het team heeft voor de nodige spanningen binnen de KNWU-gelederen verzorgd. Zo mocht de Stichting plots niet meer aanwezig zijn bij vergaderingen met de KNWU-baancommissie en de wielerbanen. En gingen Geserick en diens voormalige assistent Ed Broesder, nu de rechterhand van Peter Nieuwenhuis, half oktober 1994 in Alkmaar bijna op de vuist. ,,Richard Rozendaal had heel nadrukkelijk toegezegd voor onze ploeg te gaan rijden, er hebben zelfs interviews met hem daarover in de kranten gestaan. Maar Broesder is aan hem gaan trekken, suggereerde dat-ie als hij voor onze ploeg zou gaan rijden geen internationaal programma meer kreeg”.

,,Ik heb daar”, fronst Geserick zijn wenkbrauwen, ,,spijtig genoeg met Broesder toen inderdaad een heftige woordenwisseling over gehad. Rozendaal vreesde dat de heisa nog wel even voort zou gaan en heeft uiteindelijk voor rust gekozen. De nationale selectie inderdaad. Maar, nu hij ziet dat Robert Slippens (één van de grootste talenten uit de formatie, red.) ook gewoon met de nationale selectie meegaat naar Guadeloupe, moet hij toch ook inzien dat hij bij ons zeker niet slechter af was geweest.”

De ploeg: Klaas-Pieter Boskemper (Zwanenburg), Marco van Bon (Amsterdam), Matthijs van Bon (Apeldoorn), Han Spier (‘s-Gravenzande), Raymond Langevoort (Apeldoorn), Robert Slippens (Opmeer), Matthijs Wegdam (Sleen), Tommy Post (Breda). Ploegleider: Eric Geserick (Hilversum).

 Voor de GPD-bladen, 9 maart 1995

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Baanwielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s