De tijd staat ook in Hilversum niet stil

Bewondering voor de knokkers

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – De tijd staat niet stil. Nooit. En de ‘voortuitgang’, als je een nieuw kantorencomplex zo mag noemen, holt er zonder schroom achteraan. Maar soms zou je willen dat het kon; de klok doodgewoon stilzetten. De vooruitgang stoppen. Het lukte niet gistermiddag. De middag vorderde, het einde naderde. Het Drafcentrum Hilversum, dat plaats maakt voor de nieuwe Nike-burelen, beleefde zijn laatste uren. En denkt, na een korte adempauze, in Almere een nieuwe toekomst op te kunnen bouwen.

Tussen 1925, de eerste koers was op 21 mei van dat jaar, en gisteren waren er al met al 2980 meetings, 28.398 draverijen. De laatste twaalf gistermiddag. Er werd gereden, gestreden, voor een prijzengeld van in totaal 94.423.216 gulden.

Feiten en cijfers. Maar meer nog op zo’n laatste dag regeren, terecht natuurlijk, de gevoelens. Stiekem, of door anderen openlijk, werd er dan ook een traantje geplenkt. Deze week, woensdag namelijk, worden de nog bruikbare goederen geveild en daarna begint de sloop, zal het nog schrijnender zijn. Er zijn zelfs trainers, pikeurs, toeschouwers ook, die speciaal een vakantie plannen, om maar niks te hoeven zien van de bulderende bulldozers.

Het licht, eigenlijk al jaren niet meer op volle sterkte, doofde gistermiddag op het Drafcentrum Hilversum om 17.44 uur definitief. De allerlaatste koers kende zijn winnaars in het paard Legend Limburgia én de pikeur Jan van Dooyeweerd junior, de vlag was ceremonieel gestreken en er restte niets meer dan nog één symbolische daad. Het was prompt donkerder dan donker, stiller dan stil.

En petit comit‚ namen Piet Groot, als voorzitter van de Paardensportvereniging Hilversum en Hilversums burgemeester Kraaijeveld-Wouters daarna afscheid van elkaar. Of eigenlijk: afscheid van de drafbaan. ,,Tot straks”, was de strekking van Groots woorden. ,,Huilen doen we niet, we treuren hooguit een beetje. Maar we hebben iets om de zinnen te verzetten, knokken met nieuw elan voor een baan in Almere. Ik neem dan ook geen afscheid, maar zeg tot straks. In Almere, hier vlak om de hoek eigenlijk. We stoppen niet, nemen alleen even een pauze”.

BOEGBEELD

Hilversum, toch al niet rijk aan veel sportieve attracties, verloor gistermiddag een van zijn, haast monumentale, boegbeelden. Nee, geen publiekstrekker. Want de rek was de laatste jaren al behoorlijk uit de drafsport in Hilversum. Gistermiddag was het, natuurlijk zou je zeggen, druk. Behalve de vertrouwde gezichten, zij die het meest getekend zijn door de ongelijke strijd voor behoud, veel dagjesmensen. Zeg maar ramptoeristen. En oude bekenden.

Sommigen na een afwezigheid van tien, soms zelfs twintig jaar, even terug op de plek waar de drafsport hele fraaie tijden beleefde. Tijden die al ver terug iggen. Daarom is ook nagenoeg iedereen ervan overtuigd dat de beslissing om voor dertig miljoen de wijk te nemen, een juiste is. Straks, als de tijd er rijp voor is en de drafsport landelijk misschien weer wat is opgekrabbeld, wordt gekozen voor nieuw leven in het nieuwe land. Het beloofde land.

Het draven zelf heeft mij persoonlijk nooit helemaal gegrepen. Dat is ook de makke van de sport, slechts een enkeling doorziet in hoge vaart alle fraaie en minder mooie kanten ervan. En zij die het juiste ervan weten, worden ouder. De vergrijzing heeft toegeslagen bij de fans van de edel dravende viervoeters.

Toch kwam ik er, beroepsmatig en uit interesse, vaak. Zeker vaker dan de gemiddelde Nederlander, die ten onrechte denkt dat het in de drafsport alleen om wedden, of gokken zoals de leek zegt, draait. Welnee, er zijn weinig dingen fraaier dan op een koele dinsdagavond de zweem van transpiratie in de lucht zien op te lossen. Een nahijgend, dampend paard aan de streep, het traditionele ruikertje voor de besmeurde pikeur en zo af en toe een sierdeken of kristallen vaas voor de trotse eigenaar.

LEEFDE MEE

Je leefde mee. Met de paarden, die behalve kracht en souplesse beslist een hoge mate van intelligentie uitstraalden. Er was begrip voor de bestuurders van de Paardensportvereniging Hilversum, die in een moeilijke positie waren gemanoeuvreerd en trachtten hun zaak zo goed mogelijk te verkopen. Letterlijk en figuurlijk. Er was vooral bewondering voor de pikeurs, de trainers. Knokkers. Mensen die volhardden, er alles voor opzij zetten. Die zo goed en zo kwaad als het ging trachtten hun levenden have te laten presteren. Hun leven sleten in en om hun tochtige stallen. Zij die in goede tijden lachten, maar ook de laatste jaren nog probeerden een glimlach voor de dag te toveren.

Voor hen zou je graag de klok even stilzetten. Al was het maar een dag. En dan stiekem nog één. En nog één. En nog…

Voor De Gooi-en Eemlander, 26 oktober 1997

 

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Drafsport

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s