Sporter vliegt, rugnummer fladdert nog

Rugnummers(Door Edward Swier)
ARNHEM (DPd) – De kwaliteit van sportaccommodaties is in de loop der jaren sterk verbeterd, het tenue is zoveel aerodynamischer dan voorheen. Specifieke voeding zorgt voor betere resultaten, trainingen zijn dankzij de wetenschap zoveel effectiever. Maar, het rugnummer is in al die tijd niet of nauwelijks verbeterd. Het zit, met die vier vermaledijde speldjes, nog altijd allerbelabberdst. De atleet is er weliswaar herkenbaar door, verder hindert het slechts.

Maar ook dat gaat – eindelijk – veranderen, is de stellige overtuiging van Luc van Agt. Op weg naar betere tijden. ,,Het moet voorbij zijn dat sporters over de baan vliegen en hun rugnummer er achteraan fladdert.” De manager van het InnoSportLab op Papendal werkt in het diepste geheim met studenten van de TU Delft aan een oplossing. De komende tijd wordt een zestal concepten bestudeerd. Dat zal op termijn, als het bedrijfsleven instapt en brood ziet in het ontwikkelen van een nieuw soort rugnummer, voor een revolutie in de atletiekwereld zorgen. Het is dan, en niet veel later misschien ook wel voor wielrenners, marathonschaatsers en triatleten, over met de ergernissen.
Het probleem is nu zo herkenbaar. Rugnummers wapperen, zitten ongemakkelijk. Zijn te groot voor het minuscule topje dat sprintsters vaak dragen. Beschadigen het tenue, zorgen ervoor dat de aerodynamica niet optimaal benut wordt. Dat je veiligheidsspelden nodig hebt, is ook niet meer van deze tijd. En gebruikt men zelfklevende nummers, dan gaan die zomaar los.
Maar een oplossing is niet zomaar bedacht. Want er zijn meer belanghebbenden dan de atleet. Zo hebben ook de jury, het publiek op de tribune en de televisiekijker, die het nummer allen gebruiken ter identificatie van de sporter, hun belangen. Bij sommige evenementen dient het nummer, met een sensor, ook voor tijdregistratie. Sponsors gebruiken de sporter bovendien als een bewegend reclamebord, zetten hun naam graag op het startnummer. Van Agt: ,,We kwamen er achter dat eigenlijk ieder belang heeft bij zo’n rug- of borstnummer, behalve de atleet zelf.”
Wat begon met een simpele constatering, zou een revolutionaire ontwikkeling kunnen opleveren. ,,Ik kwam”, schetst Van Agt een familietafereeltje, ,,toen mijn dochter zich voorbereidde op een atletiekwedstrijd, tot de verbijsterende constatering dat haar rugnummer feitelijk nog precies hetzelfde was als mijn vrouw 25 jaar terug opspeldde. Terwijl dat toen ook al, met die speldjes en dat stugge materiaal, tot ergernis leidde. Kon dat niet anders?” Waar anderen dan toch alles bij het oude laten, heeft Van Agt sinds juni als manager van het InnoSportLab Papendal de mogelijkheid het probleem daadwerkelijk aan te pakken.
Van Agt (57) was voorheen onder meer atletiektrainer en als inspanningsfysioloog verbonden aan PSV en het Nederlands voetbalelftal. En nu houdt hij zich dus – naast tal van andere projecten – bezig met het ontwerp van een atleetvriendelijk rug- en borstnummer. ,,Misschien dat er wel voetballers zijn die denken, die is niet goed bij zijn hoofd. Maar het blijft sport. En mijn drijfveer blijft dezelfde. Ik denk altijd dat het beter kan.”
Concrete voorbeelden kan Van Agt nog niet laten zien. Er wordt de komende tijd gewerkt aan het zoeken naar bedrijven die willen meewerken aan de ontwikkeling van een nieuw borst- en rugnummer. Hoe simpel het idee ook is, uiteindelijk zou het – als er patent op kan worden aangevraagd – financieel gewin op kunnen leveren. Aanvankelijk wordt het nieuwe nummer weliswaar voor topsporters ontwikkeld, maar uiteindelijk zou ook de recreatieve loper (die net zo gek wordt van die speldjes en het gewapper) kunnen profiteren. Als organisatoren van mega-evenementen en sponsors zich er uiteindelijk in kunnen vinden, levert het de projectpartners naast sportief voordeel ook commercieel succes op.
Anderzijds werken bij InnoSportNL ook idealisten. Van Agt: ,,Ik sta er wel zo in dat ik blij ben als er uiteindelijk een oplossing voor dit probleem komt. Als we nu slapende honden in de Verenigde Staten wakker maken, en die hierdoor met de oplossing komen, is dat jammer voor ons, maar profiteert de sporter uiteindelijk wel van onze inspanningen.”

Geschreven voor de dagbladen van de De Persdienst op dinsdag 15 januari 2013

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Atletiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s