Leven op Corsica kent veel bochten

IMG_0696Negenennegentig edities. En overal was de Tour de France toch inmiddels wel geweest. Elk Frans gehucht had in de annalen wel een verwijzing naar die ene doortocht, wereldsteden als Londen, Berlijn en Amsterdam mochten het evenement verwelkomen. Alleen Corsica, dat was nog altijd een blinde vlek. Logistieke, financiële en vooral politieke redenen lagen eraan ten grondslag.
Waarom ook zou je jezelf uitnodigen als je eigenlijk helemaal niet gewenst was. Lang was Corsica, het ongerepte L’Ile de Beauté, politiek te instabiel. Voor- en tegenstanders van afsplitsing van Frankrijk vlogen elkaar in de haren, letterlijk met bommen en granaten. Daar paste geen wielerfestijn bij.
Maar de tijden veranderden. Er kwam een honderdste editie aan, Tourorganisator ASO voelde wel wat voor een stunt in 2013. En in de Corsicaanse politiek bedaarde men – hoewel er eind 2012 nog enkele aanslagen waren – een beetje. Nog slechts twintig procent van de bevolking wil onafhankelijk zijn, hun partij is inmiddels ook voor de komst van het wielerspektakel. En zowaar, het komt er nu van. Op 29 juni start de Tour op Corsica, een voor het fietstoerisme nog te ontginnen gebied. Daarmee heeft de Ronde van Frankrijk dan alle Franse (niet-overzeese) departementen bezocht. Reden om ook eens een kijkje te nemen.

We moeten kiezen. De tijd is te kort om het hele eiland én alle etappes te verkennen. De keuze wordt ons echter vergemakkelijkt door Tourdirecteur Christian Prudhomme. Zijn voorspelling dat voor het eerst sinds 1967 een sprinter na de openingsrit het geel om de schouders mag trekken, is veelzeggend. De eerste rit kent weinig spectaculaire punten. De start in het zuiden is liefelijk. Dat zeker. Porto-Vecchio heeft een schattig karakter. Al is het altijd maar weer de vraag wat je daarvan terugziet als de Tourkaravaan er neerstrijkt. De lus naar het zuidelijkste puntje Bonifacio is letterlijk een opwarmertje, de weg van het zuiden naar het noorden – de N198 volgt de kustlijn – vraagt evenzeer weinig van de spieren. De laatste kilometers richting het Plage de l’Arinella in Bastia gaan zelfs over een tot snelweg gepromoveerde N-weg. Dit is echt lekker inkomen. Het is wel ook de kennismaking met wat de Corsicaan al vanaf zijn geboorte weet: vrijwel niets loopt hier in een rechte lijn. Het leven op Corsica is net even wat bochtiger dan elders.
IMG_0605De Tour begint dus eigenlijk pas echt met de tweede rit. Onbekend met het landschap krijg je bij de start in Bastia – op het majestueuze Place Saint-Nicolas, waar ook een door palmbomen omgeven beeld van Napoleon staat –, het idee dat het opnieuw ‘zo’n’ dag wordt. Niets is minder waar. De klim naar het hoogste punt dat de Tour op Corsica aandoet (de Col de Vizzavona, 1163 meter) is pittig, de afdaling minstens zo lastig. Dit is, zoals zoveel op Corsica, voor de durfals.
Wij moeten even slikken. Fietsen is op Corsica nog geen gemeengoed. Hardrijden wel. Automobilisten rijden zo nu en dan de vouwen uit je broek. Feit is dat er amper fietspaden zijn. Er is er welgeteld één. Ten zuiden van Bastia ligt de Route de la Marana. Het smalle pad, tussen de zee en het zoetwatermeer van Biguglia, doet ons schrikken. Je rijdt achter een vervelende knie-hoge ‘stootrand’ en het pad is ook nog eens matig onderhouden. Er groeit onkruid en het ligt vol met steenslag. Er is hier een serieuze kans op lek rijden. De enige wielrenner die we hier treffen, rijdt dan ook op de weg.
IMG_0649Eenmaal terug op de N193 rijden we richting Corté. Het is opletten geblazen. Het gaat direct op en af én je moet niet in de goot verzeild raken. Het is op Corsica als in de Alpen en Pyreneeën: een alternatieve route is er niet of nauwelijks, we delen dus met z’n allen de weg. Ondertussen grazen onder sinaasappelbomen schapen, ruiken we het typisch Corsicaanse ‘maquis’ (struikgewas) én loopt duidelijk hoorbaar de Golo met ons mee. Bij Ponte Novu steken we de rivier over. Een mooie plek om even op adem te komen. De restanten van de oude brug, waar oorlog om gevoerd is, fascineren. Net ervoor heeft een kunstenaar zijn gratis te bezichtigen Corsicaanse versie van Madurodam gebouwd.
Als we verder rijden zien we de nodige besneeuwde toppen. Corsica telt serieuze bergen, drie van boven de 2500 meter. Beklimmen per fiets is onmogelijk, al treffen we een gids die de Monte d’Oro eens per mountainbike beklom. In de universiteitsstad Corté houden we halt. We slapen in ‘Dominique Colonna’, hotel van de gelijknamige oud-doelman van het Franse voetbalelftal. Het hotel heeft, als één van de weinige op Corsica, een echte fietsenschuur. Het eiland is duidelijk nog niet ingesteld op veel cyclotoeristen, het is soms wat pionieren.
De volgende ochtend komt de vraag op of het zo’n goed idee was om in Corté te slapen. Ajaccio is weliswaar nog maar 83 kilometer, buiten de stad begint direct de klim richting Vizzavone. Dat valt zo vroeg op de ochtend zwaar op de maag. Het uitzicht over het dal is wel direct prachtig. De weg was hier duidelijk aan een upgrade toe. Het dorpje Casanova krijgt zelfs een nieuwe stoep, als de Tour niet langs was gekomen was het allicht een rommeltje gebleven.
DSC02661Olivier Leonetti, verantwoordelijk voor het ontwikkelen van fietstoerisme op Corsica, is trots dat de Tour naar zijn eiland komt. Hij rijdt met ons mee in de klim naar Vizzavona. ,,Ik stond in 1982 langs de kant toen het peloton van de Tour de Corse passeerde. Hinault won. Sindsdien ben ik verkocht.” Leonetti heet alle Nederlanders van harte welkom. ,,Maar maak wel goed duidelijk dat Corsica bepaald niet plat is”, waarschuwt hij, als we bij de lunch door zijn Guide Franck Mercier bladeren. De editie voor Corsica wordt allang niet meer uitgegeven, er was te weinig belangstelling voor. Leonetti heeft er een kopietje van, hoopt op termijn een nieuwe druk aan te kunnen kondigen.
In Vizzavona is het, hoewel al begin april, nog ijzig koud. Nog geen twee weken ervoor viel er een meter sneeuw en was de weg versperd. Nu staan de asfalteermachines klaar. Opzichter Henri Renucci zet zijn alpino recht voor het Nederlandse gezelschap. ,,De weg was toe aan een nieuwe laag. Vanwege de Tour hebben we het werk iets naar voren gehaald.”
Hier, zegt onze gids, komt geen astma voor. Vanwege de frisse lucht. De kastanjebomen zijn echter allemaal dood. Aangetast door een schimmel.
Bovenop de col staat Leo Pontier, 17 jaar. Uit Vancouver, geboren in Marseille; fietskoerier in zijn nieuwe vaderland, op avontuur in zijn geboorteland. De tiener, die het liefst alleen is, fietst inmiddels acht dagen op Corsica, maar heeft zijn eerste lekke band. In zijn plaksetje zit maar één bandenlichter. Je moet nooit teveel meenemen, maar sommige mensen overdrijven. Pontier heeft geen behoefte aan luxe. Hij kocht zijn fiets op internet, voor 125 euro. Een nieuw stuurtje, bagagedrager en klaar. Voorop prijkt het een met plakband bevestigd VW-logo. ,,Een geintje van een vriend.” Om geld te besparen slaapt hij slechts om de vier dagen op een camping. ,,Om me zo nu en dan eens met warm water te kunnen wassen.” Dat is vandaag wel nodig, na het bandenplakken en het terugleggen van de ketting.
IMG_0546Wij dalen af richting Ajaccio, de geboortestad van Napoleon Bonaparte. Op twintig kilometer voor de stad is het gedaan met het dalen, vanaf nu gaat het licht op en af. Ook enkele rotondes en brede banen rijd je de baai van Ajaccio binnen. Helemaal aan de andere kant van de stad, vlakbij de prachtige Iles de Sanguinaires ligt de streep. Als we op zaterdagochtend de kustweg opnieuw rijden, lijkt het alsof we in een scène uit Jim Carreys kaskraker The Truman Show zijn beland. Alle fietsers komen we nog zeker drie, vier keer tegen. Ze rijden van de punt van het eiland tot de rotonde bij de begraafplaats, en weer terug. Hier hoeft niet geklommen te worden.

Dat is wel anders in de derde rit, duidelijk de lastigste. Maar ontegenzeglijk ook de mooiste. Vanwege het uitzicht. Het is – nadat we de nacht hebben doorgebracht in het prachtige hotel Les Mouettes – even zoeken om Ajaccio uit te komen. Na de start in de Port de Plaisance passeren we, op de Cours Napoleon, de fietsenzaak van Stéphane Hueto. De voormalig coureur is bepaald geen vrolijke Frans. Alleen als we het over de Calanches de Piana, ons doel van die dag, hebben, fleurt hij op. Iets mooiers heeft hij nooit gezien.
Verder doet nog maar weinig hem plezier. ,,Ik ben elfmaal kampioen van Corsica geweest. Maar wat levert het je op? Hoon. Ze roepen je na dat je een gedrogeerde bent, een slikker.” Zijn broer Nicolas kreeg eerder een startverbod op het eiland. ,,Omdat hij alles won”, volgens Huerto. Als Stéphane geen kinderen had, was hij het eiland allang ontvlucht. ,,Mijn moeder is Corsicaans, maar ik heb de verkeerde achternaam. Die moet hier op een i of een a eindigen, anders moeten ze je niet.”
Waar anderen Corsica de kans geven om uit te groeien tot een bij fietsers geliefd eiland, geeft de fietsenverkoper zelf aan ,,er geen snars van te geloven. Corsica is geen fietseiland, zal het ook niet worden. De Tour zal daar niets aan veranderen.” Het eiland is volgens hem eenvoudigweg te lastig te bereiken. Altijd moet er een vliegtuig of boot aan te pas komen. ,,Dit eiland is een gevangenis. Een gouden gevangenis.” Als we vertellen dat we misschien toch een goed woordje zullen doen in Fiets, klaart hij even op. ,,Maar verhuren doe ik niet.” Zijn collega van Rout’ Evasion Cycles wel.
Wie zijn eigen fiets mee wil nemen, moet wel goed opletten met het transport. De ferry is dan mogelijk de beste optie, pas vanaf mei vliegt Transavia rechtstreeks op Corsica. Buiten het seizoen kan je via Parijs of Nice, alwaar een klein toestel wacht voor de oversteek. Eind september is overigens de beste tijd om Corsica te bezoeken, dan is de temperatuur prettig en zijn de kleuren op hun mooist. Ajaccio is de beste uitvalsbasis voor tochten over het eiland. Er zijn veel hotels, appartementen en campings, en de mooiste cols zijn van hieruit goed te bereiken.
Eenmaal op de D81, het negativisme van Hueto doet ons verwonderd opstappen, beginnen we aan de route die Tourbaas Prudhomme als ,,spectaculair en schilderachtig” omschreef. Nooit komen we meer dan 500 meter boven de zeespiegel. We slingeren richting Calvi. Links de zee. En rechts, soms weelderig bebloemde, rotsen. Het wordt nooit eentonig, ondanks de vele identieke bordjes: bocht, bocht, nog een bocht.
De eerste col, de San Bastiano, is lastig. De mannen worden van de jongens gescheiden. Bij het kapelletje heb je een fraai uitzicht. Het is misschien ook maar beter om stilstaand te genieten, dalen vraagt, mede vanwege het smeltwater dat over de weg loopt, veel concentratie. De Col San Martino hakt er evenzeer in. In Piana zijn alle inspanningen echter vergeten. De rode gloed over de rotsen is sprookjesachtig. Het lijkt alsof je zo maar in Arizona bent geland. Mooier bestaat niet. Genoeg aanleiding om hier nog eens terug te keren. Of Stéphane Hueto het nu leuk vindt of niet.

fiets.nlDit verhaal verscheen eind juni in het maandblad Fiets. Edward Swier Media maakte ook een reportage voor De Persdienst.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Edward Swier Media, Wielrennen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s