Maandelijks archief: december 2014

‘Overgeven? Dat hoort erbij toch’

NOC*NSF helpt talentvolle jongeren met omscholing

Door Edward Swier

Helena Bakker is net even over haar nek gegaan. ,,Dat hoort erbij, toch?” Ze kijkt er haast triomfantelijk bij. Ook Nicole Ruijs heeft gevoeld hoe haar benen het op de Wattbike begaven. Toch zeggen beiden niets liever dan topsporter te worden. Weliswaar heeft het hockey en voetbal nu nog hun voorkeur, maar als ze het advies krijgen om zich tot roeister om te scholen, zouden ze het niet nalaten. ,,Ik wil mijn hele leven al topsporter worden.”
Met de slogan ‘Ik wist niet dat ik het in me had’ verleidde NOC*NSF jonge talentvolle sporters om zich fysiek eens grondig te laten testen. En een switch naar een andere sport in overweging te nemen. De hoop is dat er onder de hobbysporters onbekend toptalent wordt ontdekt. Inschrijving via internet stond open voor scholieren van 12 tot 18 jaar, gymleraren mochten wildcards uitdelen.
Op een viertal locaties in Nederland – de CTO’s van Eindhoven, Amsterdam, Heerenveen en Papendal – werden gisteren driehonderd talenten aan een reeks fysieke tests onderworpen. De onderzoeksvraag: is iemand snel en explosief? Of juist lang en sterk? ,,We onderzoeken of iemand de fysieke kenmerken heeft om later als topsporter zijn of haar brood te verdienen, om een olympische medaille te winnen”, zegt voormalig topvolleyballer Jeroen Bijl, manager topsport bij NOC*NSF deze zonnige zondag op Papendal.
Metingen van de armspanwijdte, wendbaarheid, sprongkracht en vermogen leveren een bron van informatie op. Meten is ook in dit geval weten. Het is mogelijk de eerste stap op weg naar internationaal succes. Weliswaar moet op termijn nog blijken of iemand mentaal en qua coördinatie ook in staat is de top te bereiken, talentidentificatie begint bij uiterlijke, fysieke kenmerken. Daarvoor is een reeks bewegingswetenschappers naar Papendal afgereisd. ,,Het zou mooi zijn als we hier uiteindelijk één olympische medaillewinnaar mee scoren.”
Voor deze primeur werd samengewerkt met de roeibond, volleybalbond, wielrenunie, rugbybond en triatlonfederatie. ,,We wilden alleen in zee met bonden waarvan we weten dat ze deze ‘high potentials’ ook, en liefst niet ver van huis, een vervolgtraject kunnen aanbieden.” Bijl noemt het ,,een voor Nederlandse begrippen uniek project”, dat wat hem betreft de komende jaren een follow-up verdient.
NOC*NSF keek het idee af uit Engeland. De zoektocht naar onbekend talent via de scoutingsprogramma’s Sporting Giants en Girls for Gold leverde daar zowel op de Zomerspelen van Londen (roeister Helen Glover) en Sotsji (Lizzy Yarnold in skeleton) goud op. Met Chinese en Oost-Europese praktijken – in Oost-Duitsland en Rusland werd na fysieke metingen bepaald welke sport een kind moest gaan doen – wil de sportkoepel liever niet in verband worden gebracht. Bijl: ,,Omdat wij hier kinderen niet verplichten welke sport ze gaan doen. En zoals het ook een eigen keuze is om hier te komen.”
Motivatie en ambitie genoeg. Neem Nicole Ruijs. Ze is een fanatiek voetbalster en begenadigd skiester uit Nuland. ,,Maar de top ga ik beide sporten niet halen. Ik kan er wel mijn gevoel in kwijt, heb er veel lol in. Maar ik zou eigenlijk wel willen weten of er een sport is waar ik meer ambities mag koesteren.” Als ze door de test komt, zou ze zich gerust willen laten omscholen tot roeister. ,,Dat trekt me wel, een beetje wat exclusievere sport dan volleybal.” Ze zou er het voetbal zelfs voor opgeven.
Eenzelfde traject ziet Helena Bakker voor zich. Ze is 14 en speelt in Zwolle hockey op hoog niveau. Een eerste kennismaking met schaatsen bracht direct succes. En toen ze nog maar net een racefiets had, reed ze in een tijdrit direct bij de eerste drie. ,,Ik kan alles eigenlijk wel een beetje, maar zou nu wel willen weten waar ik echt goed in ben. Ik wil mijn hele leven al topsporter worden.”
Dimitri Hooftman, middenman bij volleybalvereniging Reflex uit Duiven, steekt er deze dag op Papendal letterlijk met kop en schouders bovenuit. Met zijn 2.06 meter voldoet hij aan het profiel Lang en Sterk. Dat bewijst hij nog maar eens op de Wattbike door een flink vermogen te trappen. Hij wil ,,heel snel meer. Hogerop.” Maar aan omscholing moet hij niet denken. ,,Wat ze me ook voorstellen, ik zeg het volleybal niet zomaar vaarwel. Ik ben geen sport tegengekomen waar zo’n goed teamgevoel heerst.” Voor Bijl is plezier ook een belangrijke factor. ,,Het is belangrijk dat je sport leuk blijft vinden. Maar soms lukt dat juist door een sport te gaan doen waarmee je er heel ver mee kunt komen.”

Verhaal voor de kranten van De Persdienst, met follow-up op de site van Sport & Strategie, 2 november 2014.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Edward Swier Media, Olympische Spelen