Maandelijks archief: december 2015

BMX net zo ‘mainstream’ als elke andere topsport

kimmannZe werden deze week genomineerd voor de titel Sportman van het Jaar 2015: Niek Kimmann, Sjinkie Knegt en Jeroen Dubbeldam. De afgelopen jaren schreef ik, voor onder meer GPD, De Persdienst en AD over deze sporters. Hier nu enkele van deze verhalen:

Geen kunstjes meer

Door Edward Swier

Mainstream. Als anderen, gewoontjes. Volwassen. Ze verafschuwen het woord allicht. Maar als Nederlands beste BMX’ers even goed nadenken waar ze vandaan kwamen én waar ze nu staan, dan kunnen de selectieleden niet anders dan erkennen dat ze écht serieuze topsporters zijn geworden. ,,We doen geen kunstjes meer’’, aldus bondscoach Bas de Bever. ,,Het gaat om het racen.’’
BMX was in 2008, bij de entree van de sport op het olympische toneel, het jongste broertje. De wildebras. De jongen die wel van een geintje hield, de wereld én zeker zichzelf niet al te serieus nam. BMX was een spelletje.
Inmiddels loopt fietscross echter netjes in de pas met de rest van de olympische familie. De BMX Supercross op Papendal, een wereldbekerwedstrijd, was er dit weekeinde het bewijs van. De speaker zweept dan weliswaar het publiek op, de muziek is net wat ruiger dan bij andere sportevenementen, maar feitelijk is BMX een heel serieuze zaak. ,,Er is niets opmerkelijks meer te melden eigenlijk’’, roepen coaches, rijders en KNWU-directeuren om het hardst. ,,Vier jaar lang werken we naar ons volgende doel, de Spelen van Rio, toe’’, zegt Jelle van Gorkom. ,,Daarin passen geen verrassingen.’’
BMX is zijn wilde haren kwijt. Tattoos, piercings en fantasiecoupes – je ziet ze zo nu en dan nog wel, als de helmen afgaan – worden schaarser. Zeker binnen de Nederlandse selectie. BMX’ers praten tegenwoordig net als andere topsporters over trainingskampen, stipendia, eiwitshakes en olympische rankings. Jelle van Gorkom, Raymon van der Biezen, Twan van Gendt en de nieuwste ster aan het firmament Niek Kimmann; het zijn de schoonzonen die iedere moeder zich zou wensen. Al breken ze natuurlijk nog altijd wel wat vaker iets.
Ook dit jaar moeten de ambulance en spoedarts eraan te passen komen op Papendal, zaterdag maakt vooral de wind slachtoffers. Zondag ligt de baan er prachtig bij, zijn er Californische omstandigheden. Toch gaat vandaag de schop in de piste. Met de tekeningen van het olympische traject in Rio de Janeiro in de hand zal een aantal heuvels en bochten worden aangepast, om ideale trainingsmogelijkheden te creëren. De Bever: ,,Het BMX gaat meer en meer naar fatsoenlijk racen. Dat onzinnige ding, de boxjump, is er al uit. En ook de crossover verdwijnt. Het hoeft niet meer zo fancy, we zijn klaar met de kunstjes.’’
Was het in aanloop naar Peking en Londen een flink voordeel dat op Papendal een baan werd nagebouwd, inmiddels wordt wereldwijd overal aan kopieën van de olympische baan gesleuteld. Hetzelfde geldt voor het materiaal. Testen met versnellingen, nieuwe kettingspanners, andere frames; de wereldtoppers houden elkaar nauwlettend in de gaten. Volgens Van Gorkom is BMX,,geen rocket science. Het is net als met iedere andere topsport, de toppers doen vrijwel hetzelfde.’’
De sport staat voor zijn derde Spelen, De Bever als bondscoach ook. ,,Alles staat, we worden niet meer verrast. De Regionale Trainingscentra beginnen hun vruchten af te werpen, een nieuwe generatie klopt op de deur.’’ De snelle opmars van Niek Kimmann (18) en zijn broertje Justin zorgt dat de selectie opgeschud wordt. ,,Zo’n ‘snotaap’ erbij, dat heeft toch de dimensie die je zoekt. De groep pikt dat op, ziet dat er wat moet gebeuren om de Spelen te halen.’’
Daarbij horen de zorgen van alledag, de zorgen van een olympisch sporter. Van Gorkom moet bijvoorbeeld zijn A-status dit jaar zien te bevestigen, zonder een bijlage van NOC*NSF is het niet makkelijk profsporter te zijn. Maar hij kan er mee om gaan. ,,Topsport mag best een beetje zeer doen in de portemonnee, topsport mag best wat moeite kosten.’’
Daarom ook heeft Twan van Gendt de klok altijd bij de hand. Met een diëtist werkt hij aan de puntjes op de i. Om meer spierkracht te kweken, moest hij zwaarder worden. Elke tweeënhalf uur is het tijd voor een eiwitrijke ‘snack’ of maaltijd. Zes kilo aan spiermassa won hij reeds de afgelopen maanden, er mogen er gerust nog drie bij. De Bever: ,,Twan heeft het maar over zwaarder worden, ik noem het sterker. Maar wat het vooral met hem doet, hij is volwassener. Denkt de hele dag aan zijn sport. Twan is nog meer de topsporter geworden die ik graag zie.’’

Kimmann (18) kiest voor de moeilijkste weg

Het was de bluf van een achttienjarige. Het onbevangene. BMX’er Niek Kimmann (foto NOS) koos tijdens de finale van de wereldbeker supercross op Papendal voor de achtste startpositie. Een plek waarvandaan je, vanwege het aantal extra meters, doorgaans maar weinig kans op winst maakt. Vandaar ook dat er voor degene die het wel lukt dubbel prijzengeld ligt.
Kimmann gokte én won. Nadat hij al in de kwartfinales en halve finales vanaf de ‘kansloze’ startplek had verrast, deed de pas achttienjarige fietscrosser dat ook in de eindstrijd. De wereldkampioen bij de junioren van 2014 won, voor de Australische seniorenwereldkampioen Sam Willoughby. ,,Ik was echt goed in vorm, voel het al een tijdje. Vorig jaar voelde ik dat ik echt nog een jochie was, deze winter merkte ik dat ik de stap misschien al kon maken. Maar dat ik nu al een wereldbeker win, is absurd.’’
Jelle van Gorkom werd derde. Hij haalde daarmee, na een halve-finaleplaats in Manchester, overigens wel een olympische nominatie binnen. ,,Hoe eerder hoe beter, dat geeft rust.’’ Ook Twan van Gendt kan zich reeds opmaken voor Rio. Van Gendt kwam zaterdag op Papendal tijdens de tijdrit keihard ten val, kneusde zijn ribben, maar haalde in de supercross de halve eindstrijd. Na zijn finaleplaats in Manchester is dat voldoende voor een olympisch ticket. Kimmann lijkt hard op weg zich bij het duo te voegen. Nederland heeft bij de mannen zicht op drie tickets, mochten zich meer dan drie rijders plaatsen dan moet bondscoach Bas de Bever de knoop doorhakken wie worden afgevaardigd.
Bij de vrouwen was de Colombiaanse wereldkampioene Mariana Pajon in zowel tijdrit als supercross oppermachtig. Hoewel Merle van Benthem, door een onoplettendheid bij de start, haar kansen in de finale verprutste, weet deBMX’ster zich wel reeds verzekerd van een olympische nominatie. Ook in Manchester haalde zij de eindstrijd.

Profteam als impuls voor BMX-sport

Dat BMX met TVE Sport in Nederland inmiddels ook zijn eerste professionele sponsorteam telt, zegt veel. Het is de route die ook het langebaanschaatsen naar volwassenheid volgde.
Leidde dat daar tot veel commotie toen Rintje Ritsma voor zichzelf begon, de overstap van Laura Smulders (winnares van brons op de Spelen in Londen) en Martijn Jaspers van de selectie naar een commerciële ploeg gaf weinig tot geen heisa. De private sporter maakt net zo veel kans op uitzending naar EK’s, WK’s en Spelen als ieder ander. ,,We overleggen nog regelmatig, ik kan aankloppen als het nodig is’’, aldus Smulders.
De Bever: ,,Ik zie het als een impuls voor de sport.’’ De bond ziet er zelfs voordelen in, zou het niet erg vinden als meer sporters – met een goed programma, dat uitzicht biedt op internationaal succes – ‘voor zichzelf beginnen’. Daardoor is er namelijk extra ruimte in het budget van de bondsploeg om jong talent mee te nemen naar buitenlandse wedstrijden en trainingskampen.
Smulders liet overigens de wedstrijd op Papendal schieten. Ze is nog herstellende, hinkte de afgelopen dagen over het terrein met een ingescheurde meniscus en een halve kruisband. Ze denkt er straks, misschien al wel op de Europese Spelen – over vijf weken in Bakoe – mee te kunnen presteren. ,,Ik hockey niet, doe geen voetbal. Hoef niet zoveel te draaien en keren, maak geen onverhoedse bewegingen en kan dus wel zonder die kruisband.’’

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Dubbeldam nu ook Europa’s beste

Ze werden deze week genomineerd voor de titel Sportman van het Jaar 2015: Niek Kimmann, Sjinkie Knegt en Jeroen Dubbeldam. De afgelopen jaren schreef ik, voor onder meer GPD, De Persdienst en AD, over deze sporters. Hier nu enkele van deze verhalen:

Door Edward Swier

De beste ruiter is niet de baas, maar geeft zijn paard de teugels in handen. Zoals Jeroen Dubbeldam in aanloop naar de Olympische Spelen van Sydney (2000) goed naar De Sjiem luisterde, heeft de springruiter ook dondersgoed door wat Zenith wil. Het leverde na de wereldtitel van vorig jaar, nu ook in Aken Europees goud op. De combinatie is de grote favoriet voor de olympische titel in 2016.
Waar tal van ruiters hun paarden, in de jacht op lucratieve prijzen als auto’s en geld, overvragen, gunt Dubbeldam (42) zijn dieren veel rust. Ook in aanloop naar Aken werd SFN Zenith N.O.P., kortweg Zenith, zo min mogelijk belast. Rijdt de combinatie een wedstrijd dan is alles erop gericht foutloos te springen. Het moet de ruin het vertrouwen geven dat het ook wel lukt als het écht spannend wordt. Bondscoach Rob Ehrens: ,,Jeroen durft te wachten, neemt alle tijd. Zo’n route duurt jaren, het vraagt veel van een combinatie. Jeroen heeft het geduld daarvoor. Dat is razend knap.’’
Recent nog legde de springruiter uit Weerselo in het bondsblad Paard&Sport uit dat hij niet per se veel wil winnen met Zenith. Dubbeldam heeft pieken tot een kunst verheven. Op de allerbelangrijkste momenten wil de combinatie er staan, een Grote Prijs meer of minder deert niet. Het lukte Dubbeldam, met De Sjiem, al te excelleren op de Olympische Spelen in Syndey, waar hij individueel goud veroverde.
En vorig jaar in Caen kopieerde hij juist die voorbereiding, met als resultaat dat Zenith en Dubbeldam wereldkampioen werden. ,,Dat was al abnormaal. Het is ongelooflijk dat het nu weer lukt. Ik had stiekem wel verwacht dat Zenith eerder een keer een kleine terugslag zou krijgen.’’
Even leek die ‘hik’ zich juist gisteren voor te doen. Zenith weigerde de ring in te gaan voor de eerste omloop van de finale. De aanblik van de volle arena benauwde. Zenith stond letterlijk op de achterste benen. ,,Juist op zulke momenten kun je als ruiter én paard bewijzen dat je een goed team bent. Als je er in zo’n situatie doorheen komt, dan kan je meer stormen doorstaan. Het kan alleen als je elkaar volledig vertrouwt.’’
Dubbeldam was in Aken uiteindelijk de enige die geen enkele springfout maakte. ,,Zenith sprong beter dan ooit. Ongelooflijk. Ik wilde niet alleen met een topfitte, maar ook uitzonderlijk frisse Zenith aan de start verschijnen. Dat wij hier als enige combinatie geen springfout maakten, zal daar toch mee te maken hebben’’.
Op de openingsdag permitteerde hij zichzelf een kleine tijdsachterstand. ,,Ik wilde hoe dan ook voor Zenith binnen de comfortzone blijven, het paard niet overvragen.’’ Het was slechts zaak niet te ver achterop te raken, dan zou het als vanzelf goedkomen. Voelden ruiter en bondscoach. Dubbeldam klom van plek 15, via de achtste stek tot nummer 3 op vrijdag. In het weekeinde schoof hij als vanzelf nog een plekje op omdat Vivant, het paard van Cassio Rivetti, niet voldoende fit bleek. Gisteren volgde de onvermijdelijke greep naar goud. ,,We voelden met z’n allen dat dit ging gebeuren,’’ aldus Ehrens.
Met name de driesprong na de sloot zorgde gistermiddag in de eerste finaleronde voor veel problemen. Ook de Spanjaard Sergio Moya verslikte zich met Carlo erin. Dubbeldam ging zodoende als koploper de slotronde in. Om niet gepasseerd te worden door de Belg Gregory Wathelet en de Fransman Simon Delestre, moest Dubbeldam daarna voor de vijfde keer foutloos blijven. Een tijdsoverschrijding kon hij zich wel permitteren. Ehrens: ,,Het moest nog wel even gebeuren. Ik vond het afschuwelijk spannend. Het zegt veel over Jeroen dat hij dit kan, ik ben heel trots op hem.’’

‘Dit zegt helemaal niks’, liegt de bondscoach

In 2000 flikte Jeroen Dubbeldam het al eens. Met De Sjiem werd hij olympisch kampioen in Sydney. Volgend jaar in Rio de Janeiro behoort hij, met Zenith, tot de favorieten. Dat kan, als je regerend wereld- en Europees kampioen bent, niet anders. ,,En toch’’, roept bondscoach Rob Ehrens, ,,zegt dit helemaal niks.’’
,,In 2016 begint gewoon weer een nieuw seizoen. Dit jaar hadden wij het goed voor elkaar, wist Jeroen precies hoe hij bij Zenith de juiste snaar moest raken. Maar dat moet volgend jaar ook maar weer in een vorm worden gegoten.’’ Ehrens erkent daar overigens ,,wel veel vertrouwen in te hebben. Ik kan natuurlijk niet ontkennen dat we lekker op schema richting Rio zitten.’’ Ook Dubbeldam zelf wil nog niet aan Rio denken. ,,Eerst wil ik hier echt even van genieten.’’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Leven buiten Bantega boeit amper

Ze werden deze week genomineerd voor de titel Sportman van het Jaar 2015: Niek Kimmann, Sjinkie Knegt en Jeroen Dubbeldam. De afgelopen jaren schreef ik, voor onder meer GPD, De Persdienst en AD, over deze sporters. Hier nu enkele van deze verhalen:

Door Edward Swier

Ze deelden, van kinds af, lief en leed. Bantega was hun wereld, wat daar gebeurde was van belang, het leven daarbuiten boeide amper. Voor zijn allerbeste vrienden bleef dan ook lang verborgen hoe goed Sjinkie Knegt nu eigenlijk was in dat ‘andere schaatsen’, shorttrack.
,,Sjinkie is echt heel erg bescheiden. Wat-ie buiten Bantega doet, dat krijgen de meesten niet mee. Omdat hij er over zwijgt.” Fenna van der Wal, de vriendin van Sjinkie, kan een glimlach niet onderdrukken. ,,Ze zien hem natuurlijk weleens in een gesponsord jack, maar veel vaker in werkkleren. Toen hij Europees kampioen was geworden, had hij het er met niemand over. Zaten we een keer bijeen, zei er één: ‘verrek man Sjinkie je bent Europees kampioen, waarom heb je dat niet gezegd’. Och ja, denkt Sjinkie dan. ‘Waarom zou ik dat nou moeten vertellen?”’
In Bantega, dat een kleine 600 inwoners telt, is hij ,,een andere Sjinkie.” Niet het talent waarvan in Sotsji zoveel verwacht wordt. Nee, daar is hij zichzelf. ,,En superrelaxed”, aldus vriend Menno Kroes. Sjinkie, vernoemd naar een op jonge leeftijd verongelukte oom met Chinese roots, is er thuis. Hij, de jongen van de opvallend gepimpte, lila-kleurige pick-up. De gast met de handige handjes, die in zijn werkplaats urenlang kan frezen en draaien, die van niets iets maakt. Die na zijn ochtendtraining in Heerenveen vlug naar huis gaat, omdat hij liefst zo snel mogelijk weer wil sleutelen.
Fenna: ,,Daarin vindt hij zijn ontspanning. Hij is altijd aan het klussen. Stilzitten kan hij niet. Met de kop onder de motorkap, daar haalt hij energie uit. Hij wordt niet beter van op de bank zitten.” Sjinkie (24) is de man die zorgt dat de crossauto’s van zijn vrienden beter lopen. Jan Hooisma: ,,Sjinkie rijdt zelf niet, maar is de fanatiekste van ons allemaal. We moeten goed spul hebben.” Het beste is niet te koop. En dus maakt Sjinkie het zelf. SCP, Sjinkie Custom Parts, is in oprichting.
Altijd al was hij handig. Menno: ,,Toen we een jaar of dertien waren, hebben we van een caravan een zuipkeet geknutseld. Sjinkie was er heel fanatiek mee. Ik bedoel: hij heeft daar toen de bar in gemaakt.” Een koud kunstje voor de kleinzoon van een kroegbaas. In Café it Alde Weintsjil (Het Oude Wagenwiel) hielp hij als jochie al mee.
Acht jaar terug moest Fenna van der Wal met een vriendin mee naar de maandelijkse disco in De Pomp, de jeugdsoos van Bantega. ,,Die feestjes waren altijd weken van tevoren uitverkocht. Ze kwamen van heinde en verre. Mijn vriendin had een jongen in de klas, dat leek haar wel wat voor mij. Sjinkie was toen een heel druk baasje. Liep daar een beetje stoer te doen, héél aanwezig.”
Het was geen reden om elkaar te mijden. Integendeel. Inmiddels wonen ze samen. Niet op een flatje in Heerenveen, vlakbij de ijsbaan, maar in een eigenhandig verbouwd deel van Sjinkie’s ouderlijk huis. In de werkplaats ernaast, met zijn draaibanken en freesapparatuur, staat ook een oude Volkswagen uit de jaren zestig. Een opknapper. Project 2018 allicht.
Er is bijna geen plek waar je makkelijker rust kunt vinden. Hier, in het Lemsterland, laten water en landerijen zich niet of nauwelijks verdringen door bebouwing. Achter zijn huis strekt de vlakte zich uit. Een ideale plek om te mijmeren. Maar stilzitten en middagdutjes zijn niet aan hem besteed, hoe graag bondscoach Jeroen Otter dat ook anders ziet.
Otter weet dat Sjinkie, waar het shorttrack hem ter wereld ook brengt, altijd weer terugkeert naar zijn dorp. Het geeft hem de rust die nodig is om te presteren. ,,Het interesseert Sjinkie volgens mij niet echt wat er buiten dat dorp gebeurt. Ik denk dat als hij niet toevallig heel goed geweest was in shorttrack, hij vrijwel nooit buiten Bantega zou zijn gesignaleerd.”
Als klein kind leerde Sjinkie er schaatsen. Bij IJsclub De Polder, vlak bij huis. Met Menno, toen buurjongen en klasgenootje, nu nog altijd zijn vriend, ging hij op les in Heerenveen. ,,Ik ben er al gauw weer mee opgehouden. Sjinkie niet.” Met name shorttrack boeide. ,,Als-ie iets leuk vindt, dan wordt hij bloedfanatiek. Sjinkie moest en zou altijd winnen, met spelletjes of de skelterrace. Anders werd hij kwaad. We hebben vroeger regelmatig ruzie gehad. Ook bij EBC, de voetbalclub, kon hij soms echt flippen.”
Tot een paar jaar terug kon Knegt verbaal flink uit de bocht vliegen, inmiddels heeft hij heel wat meer zelfbeheersing. ,,Dat heeft Sjinkie echt moeten leren. Hij heeft gezien dat het succes in de weg stond”, aldus Fenna.
In De Pomp komen ze niet meer. Dat is meer iets voor de jeugd van nu. In het café, feitelijk de buren, drinkt hij, zo nu en dan, nog wel eens een colaatje. Ook als de rest wél bier drinkt. Menno: ,,Hij is de laatste jaren echt serieuzer geworden.” Dus, een week voor de Spelen nog ijshockeyen op de ijsbaan van het dorp, zoals in 2010, dat zal hij niet meer flikken. Otter: ,,Sjinkie weet als geen ander dat hij echt wel wat in Sotsji te zoeken heeft.”
In Café it Alde Weintsjil zijn ze klaar voor de Spelen. Ze willen het, op groot scherm, allemaal zelf zien als hij in de finale staat. Want Sjinkie zal het ze bij thuiskomst niet vertellen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized