Categorie archief: Rugby

Terug naar waar men niet thuishoort

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – Spitsuur op het horecaplein, de thermometer in de rood-witte feesttent geeft sauna-waarden aan. Het stikt van de Van Binsbergens. De ene ‘stropdas’, met zweetplekken (of waren het alcoholvlekken?) tot op zijn enkels, bralt tegen de andere. ,,Hé lullo, goed hè. Da’s goed.” Het was een felicitatie, en een extra metertje bier, waard. De Nederlandse rugbyploeg is namelijk, na 25 jaar, terug op het niveau waar ze niet thuishoort; de FIRA A-poule. Het was de erg ruime beloning voor de zeer gelukkige 6-5-zege op Duitsland.

Ze waren er maar wat trots op in rugbykringen; de officiële erkenning, door de International Rugby Football Board, als ontwikkelingsland. Akkoord, het tekent het realisme dat bij de Nederlandse Rugby Bond en haar voorzitter Joop Roozeboom leeft. En de status levert nog geld en – naar men hoopt – op termijn kwaliteitsverbetering op ook. Maar, liever zouden de bondsbestuurders zich bekommeren om de wel heel nabije toekomst. En niet alleen vertrouwen op internationale hulp, maar zelf de handen per direct uit de mouwen steken.

Want, het vijftiental van bondscoach John van Altena dreigt volgend jaar, wanneer men daadwerkelijk de strijd aangaat met de A-landen, weer linea recta uit de hoogste landencompetitie van het Europese vasteland te donderen. Zeker als de formatie zelf blijft steken op het niveau dat ze gisteren op het Hilversumse sportpark Berestein haalde.

 Van Altena, garagehouder in dezelfde plaats, was zo realistisch dat direct na afloop – zijn hartslag nog rond de 150 na een hectische slotfase – te erkennen. ,,We hebben vandaag alle geluk gehad. Dat dienen we te beseffen. Maar, het is nu de uitdaging onze grenzen te verleggen. Realisme is daarbij wel op zijn plaats. We gaan nu niet direct van Roemenië, Frankrijk en Italië winnen, dat niveau kunnen we nog niet aan. Het moet echter altijd je streven zijn in de hoogst mogelijk poule uit te komen.” Ook als je daar dus eigenlijk niets te zoeken hebt.

Natuurlijk, de rugbysport is, van hoog tot laag en in al haar geledingen, in beweging. Tijdens de Nationale Rugby Dag was er bijvoorbeeld zowaar een heuse persmap – de eerste uit de geschiedenis -, en zaten de tribunes toch behoorlijk vol. De meesten hadden echter vooral oog voor een eerlijke verdeling van de biervoorraad, en raakten – naarmate de middag vorderde – meer en meer vervreemd van hetgeen zich op de zandvlakte afspeelde.

Een heldere blik op het plan ‘Rugby in 2000’, dat als ondertitel ‘Beleidsplan voor Topsport en breedtesport’ draagt, konden zij dan ook niet geven. Het zou ze ook niet kunnen schelen. Onverschilligheid is troef bij velen. Een scorebord derhalve ook overbodig. Want, een stand van 3-5 of 18-11, het is ze eigenlijk om het even. Als er maar niemand van hun biertje slurpt.

Temidden van zijn achterban trachtte bondspreses Roozeboom de rugbysport te verkopen. De Haarlemmer repte, nog vol van de ontmoeting met staatssecretaris Erica Terpstra, over het imago van rugby. ,,Dat past steeds beter bij onze huidige samenleving.” De opgeroepen vraagtekens wil hij direct verklaren. ,,Er is respect. Voor medespelers, voor tegenstanders. We zijn één grote familie, spreken allemaal dezelfde taal, zeker op een dag als deze.” Hij noemde rugby een olympische sport, nog zonder een dergelijke status.

De familie telt, volgens de laatste cijfers, zo’n negenduizend zielen. ,,Dat is, tegen de tendens dat teamsporten niet trekken in, een verdubbeling in amper zes jaar.” Een twaalf minuten durende documentaire, die als werktitel Rugby Force meekreeg en vertoond zal worden op middelbare en lagere scholen, moet nog meer zieltjes winnen.

Het Nationaal Rugby Centrum, waarvan de bouw in Amsterdam inmiddels is gestart, komt er, na een lange speurtocht naar financiën. Ook uit internationale hoek (IRFB) komt, na de erkenning als ‘ontwikkelingsland’, geld richting NRB. ,,We streven verbreding van de rugbysport in Nederland na. Vandaar ook het beleidsplan, dat bij de IRFB goed ontvangen is. Men is daar ervan overtuigd dat wij de organisatorische know-how hebben, onze plannen bovendien zakelijk en sportief goed onderbouwen. Daarnaast denkt men dat wij het potentieel hebben, dat we qua lichaamsbouw in staat moeten worden geacht om de sprong naar de top te maken.” Buitenlandse coaches zullen hun Nederlandse collega’s de komende jaren bijscholen, terwijl ook andere technische steun in het verschiet ligt.

Die lijkt, afgaande op de partij van gistermiddag, broodnodig. Na een strafkick van Maarten van Kolck (3-0) namen de Duitsers namelijk het initiatief. Het wegvallen van forwardscaptain Marcel van Loon maakte het toch al nerveuze Oranje nog onrustiger, een try van de Duitser Alexander Weidlich was het gevolg: 3-5. Tot twee keer toe lieten de oosterburen vervolgens een kans op groter succes glippen. Na de speelhelftwisseling herstelde Oranje zich. Perry Noordermeer bracht de A-poule dichterbij: 6-5. Mark Kuhlmann had in de laatste vier minuten alle Nederlandse hosannaverhalen kunnen en moeten doen verstommen. Hij miste echter liefst twee strafschoppen.

Tot opluchting van onder andere Castricummer Mats Marcker. ,,Zo, nu kunnen we wat gaan leren. Dat is, als je ons vandaag ziet, hard nodig. En al zullen we straks in de A-poule veel gaan verliezen, daar valt wel iets te leren voor ons.” De meest ervaren international is wel blij met de promotie, maar weet dus dat er nog een hoop moet gebeuren. ,,De bond rept over de toekomst, maar loopt volgens mij veel te hard van stapel. De animo bij de clubs is namelijk maar matig, daar lopen ze juist niet zo hard.” Nogmaals, onverschilligheid is troef bij de Van Binsbergens.

 Voor De Gooi-en Eemlander (en andere GPD-bladen), 21 april 1996

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Rugby

Rugbybond haalt realist binnen

(Door Edward Swier)

HILVERSUM (GPD) – In oktober 1982 had hij het al voorzien. ,,Misschien dat ik ooit zelf nog eens bondstrainer word”, klonk het toen voorspellend uit zijn mond. Nu, ruim tien jaar later, is het inderdaad zover. John van Altena, met zijn 107 interlands nog altijd wereldrecordhouder, wordt rugbybondscoach.

Direct na het toernooi om de Sevens-wereldbeker – van 16 tot 18 april in het Schotse Edinburgh -, neemt de 45-jarige Hilversummer het roer over van de in de laatste maanden veelvuldig bekritiseerde Ben Manshanden.

Van Altena, die als zeventienjarige jongen zijn debuut in Oranje maakte en twintig jaar later afscheid nam, was al enkele malen eerder voor de functie gevraagd. Telkens had hij de boot afgehouden. Eerst omdat zijn andere hobby, het zeilen, hem bezighield, later omdat hij de job in combinatie met zijn werk (hij is eigenaar van een garagebedrijf) niet zag zitten.

,,Ik heb er nu ook toch wel eventjes over na moeten denken. Maar, de bond ging akkoord met mijn eisenpakket (waarin niet zo zeer financiële, als wel organisatorische punten stonden, red.), dus ik kon toen bijna geen nee meer zeggen”, aldus Van Altena, die als speler te boek stond als ‘keihard’. Voor zichzelf en voor anderen.

Met Van Altena heeft de rugbybond, waar het de laatste maanden ook bestuurlijk behoorlijk rommelde (,,Ik weet echt niet wat sommige mensen mankeert”), een realist in huis gehaald. ,,De rugbybond heeft eigenlijk geen enkele reden tot klagen. Waar andere unies vaak met een fors ledenverlies kampen, schommelt de rugbybond al 25 jaar tussen de vijf- en zesduizend leden. Dat neemt natuurlijk niet weg, dat Nederland een kleine rugbynatie is. Ik weet wat er internationaal te koop is. We moeten niet te hoog van de toren blazen, zitten tegen de Europese sub-top aan en mogen blij zijn als we eens een keer van zo’n land uit de sub-top winnen’. Van Altena’s eerste kans om zijn kwaliteiten als coach te tonen, krijgt hij op 2 mei. Tijdens de nationale rugbydag treedt Oranje aan tegen Polen.

Met een vernieuwde selectie. Want, één ding is zeker: Van Altena houdt er heel andere denkbeelden op na dan Manshanden. ,,Ik selecteer de jongens die in vorm zijn. Dus niet op naam of club. In de weken voorafgaand aan een interland zal vier keer per week gezamenlijk getraind worden”.

Manshanden stond de laatste tijd bloot aan forse kritiek. Iets wat de trainer van Castricum overigens over zichzelf had afgeroepen. In zijn selectie zaten opvallend veel jongens van zijn eigen club en bovendien liet de coach zijn gezicht slechts sporadisch elders zien. ,,Ach, iedere trainer heeft zijn eigen bril op. Ik kom van Hilversum. Daar lopen bijvoorbeeld twee jongens die nooit zijn gebruikt voor het Nederlands team, maar daar naar mijn mening zeker in thuishoren. Maar nogmaals, ik selecteer bovenal spelers die in vorm zijn”.

Van Altena is inderdaad een rasechte RCH’er. Nooit waagde hij een overstap naar een andere club, met Hilversum werd hij zowel als speler als (assistent-)trainer meermalen Nederlands kampioen. Laatstelijk maakte Van Altena zich verdienstelijk als trainer van het district Midden.

,,We rolden de andere districtsploegen allemaal op”, vertelt hij met trots. Bovendien was Van Altena op papier een ‘hulpje’ van Manshanden. Net als een handvol anderen, was hem gevraagd te helpen bij het selecteren van potentiële Oranje-klanten.

,,Daar kwam echter niets van terecht. Manshanden heeft weinig van onze diensten gebruik gemaakt. Hij ging zijn eigen weg. Er zijn in het afgelopen jaar dan ook verscheidene ‘selectors’ teleurgesteld afgehaakt”, aldus Van Altena. ,,Ik werd afgelopen week al door enkelen van hen gebeld. Die hadden gehoord dat ik op de nominatie stond en wilden mij hun steun betuigen. Als ik bondscoach zou worden, wilden ze wel weer selector worden”. Datzelfde geldt voor een aantal spelers, die zich uit onvrede met het door Manshanden gevoerde beleid niet verkiesbaar stelde voor de nationale ploeg, maar onder Van Altena wel genegen zijn het Oranje te dragen.

Manshanden zal tijdens het wereldbekertoernooi in Edinburgh overigens nog wel de eindverantwoording dragen. ,,Hij heeft de hele voorbereiding met die ploeg gedaan. Het zou niet eerlijk zijn, als ze hem nog voor dat toernooi op een zijspoor zouden zetten. Bovendien, de selectie voor het vijftienmans-rugbyteam wilde niet met Manshanden door, maar de Sevens-ploeg heeft minder problemen met hem”, weet Van Altena, die overigens wel meegaat naar Schotland. ,,Op 2 mei is de eerste interland al. Ik moet dus vlug aan de slag, mag geen tijd verspillen”.

 Voor De Gooi-en Eemlander, 6 april 1993

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Rugby