Ajax doet papier in de ban

Ajax Kick-offGeen programmablad meer voor Ajax-fans, en passend digitaal alternatief laat op zich wachten

Door Edward Swier

Allicht waren ze de eerste thuiswedstrijd nog op vakantie en dachten ze afgelopen zondag misgegrepen te hebben. Maar, bezoekers van de ArenA zullen er aan moeten wennen dat bij de thuiswedstrijden van Ajax geen programmablad meer wordt uitgedeeld. De club heeft het papier afgezworen en werkt aan een ,,passend digitaal alternatief.’’
Dat dat er nog niet is, mag op zijn minst opmerkelijk heten. Het past niet bij een club als Ajax om het een af te schaffen, zonder direct met iets vervangends te komen. Dat is toch enigszins minachtend richting de supporters.
Er zijn aanwijzingen dat de hoofdstedelijke club de app die het reeds gebruikt met veel meer informatie zal gaan laden, en hoopt dat de fan van de toekomst zich straks het programmablaadje nauwelijks nog kan herinneren. Klaarblijkelijk vraagt dat echter nog wat tijd.
Getuige het moment waarop Ajax bekendmaakte te stoppen met de ‘Kick Off’ werd wel enige rumoer verwacht. Immers, op 1 juli is nauwelijks nog iemand met eredivisievoetbal bezig, zal het aantal bezoekers op de site laag liggen. Juist daarom – tenminste daar lijkt het op – meldde de club op die dag te stoppen. ,,Door de ontwikkelingen op mobiel gebied en de beschikbaarheid van gratis wifi in de Amsterdam ArenA is de noodzaak van het papieren programmaboekje minder geworden. De afgelopen acht seizoenen werd Ajax Kick Off bij thuiswedstrijden gratis verspreid in de Amsterdam ArenA in een oplage van 25.000 exemplaren (andere berichten hebben het over 21.000 exemplaren, red.). De inzet van online media biedt meer mogelijkheden in het bereiken van onze fans.’’
De stopzetting heeft overigens niet tot alle felle protesten geleid. Er werden weliswaar wat columns aan gewijd en op de diverse supporterssites werd ook stevig geklaagd over de verkwanseling van clubhistorie, maar in de ArenA waren nog geen spandoeken zichtbaar en ook spreekkoren bleven uit.
Erol Erdogan, coördinator communicatie & media van de Supportersvereniging Ajax, hoorde wisselende geluiden. ,,We hebben er geen officieel onderzoek naar gedaan, maar wat ik om me heen hoor en zie vinden sommigen het wel prima. En noemen anderen het juist heel vervelend. Met name de verzamelaars waren heel erg gehecht aan de Kick Off.’’
,,Ik vond het altijd wel een cadeautje zo’n programmaboekje. Of het erbij hoort? Nou ja, eigenlijk wel natuurlijk. Het is onderdeel van de voetbalcultuur. Dat Ajax vooruit kijkt, en bezig is met ontwikkelingen voor de toekomst, snap ik ook. Maar ik had deze keus niet gemaakt.’’
Zoals Erdogan al aanhaalde: met name de verzamelaar staat nu met lege handen. Een van hen, Sander Zeldenrijk, tikte daar een column over voor Ajax Life, het blad waar hij sinds 2008 hoofdredacteur van is. ,,Ik ben in paniek. Sinds mijn twaalfde verzamel ik kaartjes en programmaboekjes van Europese Ajaxwedstrijden en niet alleen van de wedstrijden die ik zelf bijwoonde. (…) De beslissing om vanuit de club print in te ruilen voor een online ‘app’ kan maar niet landen in mijn bedje van acceptatie. Een beetje zichzelf respecterende club heeft naar mijn mening een fraai programmablad.’’
Vilgens Zeldenrijk vormde ,,een op het eerste oog onzinnig programmaboekje’’ in 1987 ,,een opstap naar mijn supporterschap.’’ Zeldenrijk stipt terecht aan dat het boekje ,,de wedstrijdbeleving van oudere wedstrijdbezoekers die online nog niet zo handig zijn verhoogt.’’ Dat het een visitekaartje is richting bezoekers, ook van de uitclub, sprak volgens Zeldenrijk vanzelf.
Als vele anderen stipte Zeldenrijk aan dat met het verdwijnen van de programmaboekjes ,,ook een stukje supporterscultuur wordt ingeleverd. ,,Het wil dus maar niet bij me landen. Argumenten overtuigen me niet. Ik wil het snappen, maar het lukt me echt niet. Een voorbeeld. Ajax investeert sinds enkele jaren in een erfgoedcomité. Dat is opgericht om onze schitterende clubhistorie beter in kaart te brengen en zoveel mogelijk binnenshuis te halen. Behoud van tastbare relikwieën, die onlosmakelijk verbonden zijn met de glorieuze geschiedenis van ons aller Ajax.’’
Willem II is de enige andere eredivisieclub die geen boekje meer uitbrengt. Er zijn, voor zover bekend is, geen andere profclubs die van plan zijn hun programmablad af te zweren.
Ook Jeroen Blom van Zpress Sport kent die geluiden niet. Zijn bedrijf is voor veel eredivisie-, Jupiler Leagueclubs en supportersverenigingen mediapartner. Zpress maakt de programmablaadjes voor FC Utrecht, RKC Waalwijk, Heracles Almelo, Roda JC Kerkrade, VVV-Venlo, SBV Excelsior, ADO Den Haag, Willem II, Sparta Rotterdam, PEC Zwolle, FC Dordrecht, Helmond Sport, Fortuna Sittard, Go Ahead Eagles, FC Den Bosch, MVV en Almere City FC. ,,Het is echt een serviceproduct, met trouwe lezers.’’
Blom: ,,Ajax maakte er naar ons idee iedere wedstrijd veel te veel. Als je er 25.000 drukt, moet je er uiteindelijk veel weggooien. Dat is zonde.’’ Zpress houdt als stelregel dat 1 op de 3 bezoekers een boekje wil krijgen en past daar de oplage op aan. Het gevolg is dat voor thuiswedstrijden van Almere City tussen de 500 en 750 boekjes worden gedrukt en voor FC Utrecht – een nieuwe partner – zo’n 5000.
Die aantallen doen Blom verzuchten dat ,,Nederland geen Engeland is’’. Daar worden er zo’n 30.000 per wedstrijd verspreid. ,,Daar is het echt een ding.’’
Zpress had ook met Ajax contact over een eventuele partnerschap voor de Kick Off, maar die gespreken leiden niet tot een vervolg van het mini-magazine. ,,Er waren van beide kanten meerdere overwegingen om het niet te doen. Ja, dat had ook met de kosten te maken.’’
Toch is het, als je afgaat op Bloms uitspraken, voor Ajax geen financiële keuze. De club denkt met de app meer fans te bereiken, en daar op termijn misschien ook wel aan te verdienen.
,,Ajax is met het verder ontwikkelen van die app in ieder geval in Nederland wel uniek. De club steekt daar echt duidelijk geld in. Dat hebben de meeste andere clubs niet. Die steken hun centen liever in een scorende spits dan in een app.’’

Artikel voor website Sport & Strategie, september 2015

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Ajax, Arko, Edward Swier Media, Voetbal

‘Overgeven? Dat hoort erbij toch’

NOC*NSF helpt talentvolle jongeren met omscholing

Door Edward Swier

Helena Bakker is net even over haar nek gegaan. ,,Dat hoort erbij, toch?” Ze kijkt er haast triomfantelijk bij. Ook Nicole Ruijs heeft gevoeld hoe haar benen het op de Wattbike begaven. Toch zeggen beiden niets liever dan topsporter te worden. Weliswaar heeft het hockey en voetbal nu nog hun voorkeur, maar als ze het advies krijgen om zich tot roeister om te scholen, zouden ze het niet nalaten. ,,Ik wil mijn hele leven al topsporter worden.”
Met de slogan ‘Ik wist niet dat ik het in me had’ verleidde NOC*NSF jonge talentvolle sporters om zich fysiek eens grondig te laten testen. En een switch naar een andere sport in overweging te nemen. De hoop is dat er onder de hobbysporters onbekend toptalent wordt ontdekt. Inschrijving via internet stond open voor scholieren van 12 tot 18 jaar, gymleraren mochten wildcards uitdelen.
Op een viertal locaties in Nederland – de CTO’s van Eindhoven, Amsterdam, Heerenveen en Papendal – werden gisteren driehonderd talenten aan een reeks fysieke tests onderworpen. De onderzoeksvraag: is iemand snel en explosief? Of juist lang en sterk? ,,We onderzoeken of iemand de fysieke kenmerken heeft om later als topsporter zijn of haar brood te verdienen, om een olympische medaille te winnen”, zegt voormalig topvolleyballer Jeroen Bijl, manager topsport bij NOC*NSF deze zonnige zondag op Papendal.
Metingen van de armspanwijdte, wendbaarheid, sprongkracht en vermogen leveren een bron van informatie op. Meten is ook in dit geval weten. Het is mogelijk de eerste stap op weg naar internationaal succes. Weliswaar moet op termijn nog blijken of iemand mentaal en qua coördinatie ook in staat is de top te bereiken, talentidentificatie begint bij uiterlijke, fysieke kenmerken. Daarvoor is een reeks bewegingswetenschappers naar Papendal afgereisd. ,,Het zou mooi zijn als we hier uiteindelijk één olympische medaillewinnaar mee scoren.”
Voor deze primeur werd samengewerkt met de roeibond, volleybalbond, wielrenunie, rugbybond en triatlonfederatie. ,,We wilden alleen in zee met bonden waarvan we weten dat ze deze ‘high potentials’ ook, en liefst niet ver van huis, een vervolgtraject kunnen aanbieden.” Bijl noemt het ,,een voor Nederlandse begrippen uniek project”, dat wat hem betreft de komende jaren een follow-up verdient.
NOC*NSF keek het idee af uit Engeland. De zoektocht naar onbekend talent via de scoutingsprogramma’s Sporting Giants en Girls for Gold leverde daar zowel op de Zomerspelen van Londen (roeister Helen Glover) en Sotsji (Lizzy Yarnold in skeleton) goud op. Met Chinese en Oost-Europese praktijken – in Oost-Duitsland en Rusland werd na fysieke metingen bepaald welke sport een kind moest gaan doen – wil de sportkoepel liever niet in verband worden gebracht. Bijl: ,,Omdat wij hier kinderen niet verplichten welke sport ze gaan doen. En zoals het ook een eigen keuze is om hier te komen.”
Motivatie en ambitie genoeg. Neem Nicole Ruijs. Ze is een fanatiek voetbalster en begenadigd skiester uit Nuland. ,,Maar de top ga ik beide sporten niet halen. Ik kan er wel mijn gevoel in kwijt, heb er veel lol in. Maar ik zou eigenlijk wel willen weten of er een sport is waar ik meer ambities mag koesteren.” Als ze door de test komt, zou ze zich gerust willen laten omscholen tot roeister. ,,Dat trekt me wel, een beetje wat exclusievere sport dan volleybal.” Ze zou er het voetbal zelfs voor opgeven.
Eenzelfde traject ziet Helena Bakker voor zich. Ze is 14 en speelt in Zwolle hockey op hoog niveau. Een eerste kennismaking met schaatsen bracht direct succes. En toen ze nog maar net een racefiets had, reed ze in een tijdrit direct bij de eerste drie. ,,Ik kan alles eigenlijk wel een beetje, maar zou nu wel willen weten waar ik echt goed in ben. Ik wil mijn hele leven al topsporter worden.”
Dimitri Hooftman, middenman bij volleybalvereniging Reflex uit Duiven, steekt er deze dag op Papendal letterlijk met kop en schouders bovenuit. Met zijn 2.06 meter voldoet hij aan het profiel Lang en Sterk. Dat bewijst hij nog maar eens op de Wattbike door een flink vermogen te trappen. Hij wil ,,heel snel meer. Hogerop.” Maar aan omscholing moet hij niet denken. ,,Wat ze me ook voorstellen, ik zeg het volleybal niet zomaar vaarwel. Ik ben geen sport tegengekomen waar zo’n goed teamgevoel heerst.” Voor Bijl is plezier ook een belangrijke factor. ,,Het is belangrijk dat je sport leuk blijft vinden. Maar soms lukt dat juist door een sport te gaan doen waarmee je er heel ver mee kunt komen.”

Verhaal voor de kranten van De Persdienst, met follow-up op de site van Sport & Strategie, 2 november 2014.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Edward Swier Media, Olympische Spelen

‘Meneer, er is niks gezelligs aan een bekerwedstrijd tegen Ajax’

Bij ‘pleziercluppie’ JOS leerde Rinus Michels het trainersvak

Door Edward Swier

,,Bij ons heeft hij het vak geleerd.” Het is in Amsterdam-Oost nog altijd een mooi verhaal. Rinus Michels, de man die Ajax richting de eerste internationale successen coachte, startte zijn trainersloopbaan om de hoek. Bij JOS. ,,Maar hier was het nog een heel andere Rinus dan later bij Ajax of Oranje. Bij ons was hij geen Generaal, maar dronk hij nog gewoon zijn borreltje na de training.”

Niet voor niks noemde Michels zijn club in die dagen gekscherend ‘Jenever Ons Streven’. Liefst zag hij het allemaal wat serieuzer worden bij JOS. Maar, hoewel Michels in zijn eerste jaar direct kampioen werd met het eerste, tweede, derde én het hoogste jeugdelftal, JOS is en bleef volgens voorzitter Joop Vlug altijd dat ,,typisch Amsterdamse pleziercluppie.” Een cluppie waar het overigens begin jaren zestig wel veel beter geregeld was dan bij Ajax. Toen Michels weggeplukt werd bij de buur werd namelijk niet alleen opgegeven over de didactische vaardigheden van de trainer, maar ook over de organisatie bij JOS. Ajax-voorzitter Jaap van Praag zag het model graag gekopieerd aan de Middenweg.

Vijftig jaar later ligt het allemaal net even anders. Ajax is een multinational geworden, JOS Watergraafsmeer is – een handvol fusies later – gelukkig dat het niet verder dan de hoofdklasse kwam. ,,Over de financiële gevolgen van de Topklasse willen we hier al niet eens nadenken.”

Voorzitter Vlug zegt het eerlijk. Hij heeft, met de bekerwedstrijd JOS Watergraafsmeer-Ajax van woensdagavond (18.30 uur) voor de boeg, eigenlijk geen tijd voor een gezellig praatje. ,,Gezellig, gezellig, aan een bekerwedstrijd tegen Ajax is niks gezelligs aan meneer. Het gaat over veiligheid, over geld.”

Liefst had hij de KNVB-bekerwedstrijd uit de tweede ronde op eigen terrein afgewerkt, op sportpark Drieburg, niet ver van De Meer, daar waar Ajax voor het eerst furore maakt. Daar waar Ajax nog een club was, en niet het bedrijf van vandaag de dag.

Maar FOX stelde tv-coverage verplicht, en daarmee een deugdelijke lichtinstallatie. De mogelijke leverancier liet het afweten. ,,En toen wist ik het even niet meer”, aldus Vlug. Spoedoverleg met de KNVB, de gemeente Amsterdam, het Olympisch Stadion én Ajax leverde uiteindelijk het gewenste resultaat. ,,Al heeft het me naar de zin allemaal nog veel te lang geduurd.” Uiteindelijk echter kan er worden afgetrapt en lijkt JOS er financieel niet eens zoveel bij in te schieten. ,,Voor onze vrijwilligers hebben de laatste dagen er, met al die belangen, echter al flink ingehakt.”

Vlug zelf heeft zijn bivak opgeslagen ‘in het Olympisch’. ,,Het is niet ons thuis. Ik weet er nauwelijks de weg, zoek me rot.” Ajax helpt hem, met stewards en enkele organisatorische taken. ,,Die huren gewoon wat mensen in.” Toch kijkt hij uit naar deze avond. En met hem de selectie. ,,Ik heb de trainer al een tijdje niet gesproken, zag alleen de uitslag van zondag. Tsja, een 3-0-nederlaag bij Westlandia. Die wedstrijd van woensdag zal ongetwijfeld hebben meegespeeld. Die wil je niet missen door een blessure of schorsing.”

De laatste keer dat de twee clubs in een officiële wedstrijd tegenover elkaar stonden was in het seizoen 1958-1959. Het KNVB-bekertoernooi genoot in die tijd bepaald geen aanzien, de clubs en fans liepen er nauwelijks warm voor. Het duel in het Olympisch Stadion trok toentertijd dan ook maar amper 700 toeschouwers.

Nu zullen dat er 5000 zijn. Allicht dat er veel meer kaarten verkocht hadden kunnen worden, maar vanwege de veiligheid mochten slechts tickets voor de Eretribune en Marathontribune in de verkoop. Vlug: ,,Veiligheid meneer, we hebben het al dagen over weinig anders hier.”

JOS Watergraafsmeer-Ajax wordt voor Ajax-trainer Frank de Boer een bijzonder weerzien met het Olympisch Stadion. Voor de opening van de Amsterdam Arena in 1996 speelden de Amsterdammers hun internationale wedstrijden én de toppers tegen PSV en Feyenoord nog in de olympische setting van 1928. Het zal de huidige selectie vol tieners en jonge twintigers onbekend zijn.

Trainer Frank de Boer echter speelde op 13 mei 1992 de finale van de Europacup 3 tegen Torino in het Olympisch Stadion. Hij zal woensdagavond, als de marge tegen de amateurs het toelaat, allicht even wegdromen richting de 0-0 die Ajax – na de 2-2 in Turijn – destijds de beker bezorgde. De Boers assistent Dennis Bergkamp bewaart heel wat mindere herinneringen aan die dag. Hij lag ziek op bed. De selectie kwam hem later die avond nog, met de beker, bezoeken.

KADER

J.O.S.-days: bekender dan club zelf

Het nummer bereikte begin 1988 de 23ste plaats in de Top 40. ‘J.O.S.-days’ ging over het voetbalverleden van Nits-zanger Henk Hofstede én over anderen die ‘een wedstrijd speelden die ze niet konden winnen’. Zoals van veel Amsterdamse clubs keerde na de Tweede Wereldoorlog ook een flink aantal JOS-leden niet terug.

Hofstede schreef een nummer over het mislukken van zijn voetbalcarrière, dat weliswaar een schande was voor de familie maar nog lang niet zo erg als het leed dat veel andere JOS’ers overkwam. De oorlogsslachtoffers werden herdacht met een monument dat op de toenmalige velden van JOS in de Wetbuurt stond.

Na een tijdelijke verhuizing van de club bleken de gedenkplaten, met ingegraveerde namen, echter verwijderd. Voorzitter Joop Vlug: ,,Ik ben zelf nog op zoek geweest naar die plaquettes. Waarom zou je die nu kapot slaan, onbegrijpelijk toch. Er is door gebrek aan historisch besef bij deze of gene een stuk clubgeschiedenis verloren gegaan.”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Edward Swier Media, Voetbal